Dutch Masterclass 42

22 november 2018 | Ramon, JanWillem, Ben, Stefan

In deze aflevering van onze Masterclass kunt u uw kennis weer verrijken met de nodige praktische tips van onze experts. We zijn trots te kunnen melden dat we opnieuw een Wereldkampioen in ons midden hebben. Ben van Ek werd met het Nederlandse team Wereldkampioen tijdens het allereerste WK feedervissen voor clubs in Spanje. Naast Ben geven ook Ramon Ansing, Stefan Altena en JanWillem Nijkamp hun visie op een gevarieerd aantal vragen van lezers en redactie. Lees dus snel verder...

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 92 van Witvis Totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

Ramon Ansing

Wat is de beste en makkelijkste manier om maden te laten drijven om ze vervolgens als haakaas te kunnen gebruiken?

Het liefst doe ik de maden de avond tevoren in een plastic zakje met een heel klein beetje water; de maden moeten feitelijk net niet helemaal onder water staan. Vervolgens laat je zoveel mogelijk lucht in het zakje en knoop je dit dicht. De maden proberen de kop boven water te houden en wanneer ze voldoende lucht hebben opgenomen, gaan ze vanzelf drijven. Zonder er verder naar om te hoeven kijken, heb je de volgende ochtend prima ´floaters´.

 

Wanneer maak je de keuze voor een lange of juist korte onderlijn bij het feederen op een grindafgraving? 

Voor het vissen op voorn gebruik ik het liefst een lange onderlijn omdat deze vissen het aas graag boven de bodem pakken. Het aasje hangt dan wat langer boven de bodem, waardoor voorns getriggerd worden dit te pakken. Wanneer je meer met blieken te maken hebt, kies ik liever een aanzienlijk kortere onderlijn. Blieken bewegen zich niet zoveel bij het opnemen van het aas. Vis je met een te lange onderlijn, dan pakken de vissen het aas misschien zonder dat je de aanbeten waarneemt op de feedertip. 

 

Dutch-Masterclass-42-02

Dutch-Masterclass-42-03

Is het echt zo dat levende maden of pinkies ver weg kunnen kruipen van je voerplek?

Ik geloof eigenlijk niet zozeer dat maden en pinkies echt wegkruipen van je voerplek. Maden stoppen namelijk vrij snel met bewegen wanneer ze eenmaal onder water zijn. Levende maden of pinkies kunnen je voerplek daarentegen wel een echte boost geven om de vissen op je voerplek weer opnieuw te activeren en aan te zetten tot azen.

 

Wanneer gebruik je dan levende en wanneer dode maden of pinkies? En hoe maak je de pinkies dood? 

Pinkies maak je op dezelfde manier dood als maden. Ik zet ze eerst in koud water en vervolgens overgiet ik ze langzaam met kokend water tot ze niet meer bewegen. Dode maden en pinkies zijn perfect om je plek mee op te bouwen tijdens de visdag. Zoals eerder genoemd zijn levende maden, maar vooral levende pinkies top om de vissen op je voerplek opnieuw te activeren, bijvoorbeeld na een grote boot die is langs geweest en je het gevoel hebt dat de vissen minder zijn gaan azen!

 

JanWillem Nijkamp

Gebruik je wel eens korte onderlijnen bij het vissen op de rivier of hebben langere juist de voorkeur?

Het maakt denk ik veel uit hoe hard de stroming ter plaatse is. Op de IJssel stroomt het relatief hard en mijn ervaring hier is dat langere onderlijnen, denk aan minimaal een meter, veruit het beste zijn. Je dient hier vaak erg actief te vissen en ik heb de indruk dat vissen heel sterk reageren op hoe het aas door het water valt en hoe het eventueel verder beweegt, wanneer de korf met de stroming mee rolt. Ik kan me echter heel goed voorstellen dat op bijvoorbeeld de Maas, waar het veel minder hard stroomt, kortere onderlijnen soms beter zullen zijn. Wanneer het minder hard stroomt, kunnen vissen het aas immers veel voorzichtiger pakken. Met té lange onderlijnen kan het dan zo zijn dat je de aanbeet niet goed doorkrijgt. Vooral wanneer je met casters vist, is het aas soms met enkele tikken dusdanig beschadigd, dat de vissen het verder links laten liggen. 

 

Dutch-Masterclass-42-04

Dutch-Masterclass-42-05

Welke voerkorven zijn nu eigenlijk het meest geschikt voor het vissen op stromend water? De traditionele gaaskorf of juist zo’n plastic model?

Over die keuze zullen de meningen altijd wel verdeeld over blijven. Beide types hebben dan ook zo hun voordelen. Een gaaskorf lost de inhoud sneller en dat kan een voordeel zijn. Het tegenovergestelde kan echter ook, wanneer de vissen niet goed azen en juist rustiger voeren beter werkt. Persoonlijk heb ik goede ervaringen met het gedeeltelijk aftapen van een gaaskorf. Het middengedeelte is daarmee afgesloten, terwijl de buitenste randjes gaas blijven. Het voordeel is dat je het aas goed opsluit, zodat je dit niet te snel onderweg verliest, terwijl je het voer niet zo hard hoeft aan te drukken omdat het grip heeft in het gaas. In een geheel plastic korf is het soms lastig te bepalen hoe hard je het voer moet aandrukken. Een afgeplakte korf is dus feitelijk een combinatie van de goede eigenschappen van beide soorten voerkorf.

 

Dutch-Masterclass-42-09

 

Wordt hennep en/of gemalen hennep ook gebruikt bij het samenstellen van feedervoer?

Door mij in ieder geval zeker. Ik ben er van overtuigd dat alle vissen gek zijn op hennep. Vooral wanneer er blankvoorns kunnen worden gevangen, voer ik naast casters ook graag gekiemde hennep. In mijn feedermixen vormt gemalen hennep ook een vast ingrediënt. Het geeft het voer wat extra activiteit door de vette olie in de hennep. Voer moet natuurlijk niet te veel gaan zweven, maar enkele van die opstijgende en zich verspreidende voerdeeltjes trekken wel vissen aan. Daarnaast zorgt de gemalen hennep ervoor dat het voer gemakkelijker uit elkaar valt.

 

Hoe voorkom je bij het knippen van veel wormen door het voer dat je hele samenstelling verandert in een grote plakkerige brei door het vocht dat de wormen afgeven? 

Dat is eigenlijk vrij simpel. Je moet de wormen apart van je voer houden en knippen, in plaats van een pluk wormen op je voer leggen en dan pas beginnen met knippen. Bij de tweede manier komt al het vocht in je voerbak terecht. Op mijn aasplateau staat een lege aasbak die dient als opvangbak van wormenvocht. Ik knip de wormen in een keukenzeef en laat deze vervolgens uitlekken in de lege bak. Eventueel mix je de wormenbrei vast met casters en/of dode pinkies. Bij het vullen van een voerkorf pak je een pluk aas, legt dit op het voer en schep je alles in de korf en sluit dit af met twee plukjes voer. Je kunt ook de korf rechtstreeks in de aasbrei vullen en dan verder afvullen met voer.

 

 

Dutch-Masterclass-42-10

 

Ben van Ek

Bij het feederen wissel je veel van aassoort (maden, caster, worm). Welke haak/haaksoort is dan het meest universeel te gebruiken? 

Ik leg altijd twee of drie feederhengels klaar waarvan de lijn op de zelfde afstand is vast geclipt. Dat biedt de mogelijkheid om verschillende haken en onderlijnen te monteren en je dus snel kunt schakelen.
Twee leg ik er klaar voor het vissen met maden en casters; daarvoor gebruik ik de haak PR344 in de maten no. 14 en 16.
De derde hengel is voor het vissen met wormen en dat doe ik het liefst met een haak no.12, PR 355. Op die manier kan ik voor mijn gevoel optimaal en dus efficiënt vissen met een haak die qua gewicht en draaddikte goed past bij het te gebruiken aas.

 

Maakt het nog veel verschil hoe je de feederhengel afsteunt? Met de stroomrichting mee of juist andersom? 

Dat ligt er een beetje aan. Bij geringe stroming is het wel het beste om de hengel met de stroomrichting mee af te steunen. Wanneer het harder stroomt, kan er echter ook een te grote hoek tussen lijn en hengel ontstaan, waardoor beten slecht door komen. In die situatie wil ik nog wel eens tegen de stroom in vissen om zo een bocht in mijn lijn te creëren, waardoor ik tevens met een lichtere korf kan vissen. Dat kan op sommige wateren overigens wel tot 30 gram loodgewicht schelen!

 

Dutch-Masterclass-42-11

 

Jij bent afgelopen voorjaar in Spanje Wereldkampioen geworden tijdens het WK voor clubs. De targetvissen waren karper en carassio. Met welke aas- en voersoorten vis je gericht op karper op zo’n natuurlijk water als de rivier waaraan dit WK werd gehouden? 

Onze bondscoach Jan van Schendel had van te voren huiswerk gedaan en een aantal soorten voer mee genomen. Daar aangekomen hebben we twee dagen met verschillende samenstellingen gevist en telkens kwam er één mix als beste uit de test. Dit was een zoet voer, en zeker geen vismeelmix, zoals je misschien zou verwachten.
In Spanje was het eigenlijk wat aas betreft heel simpel: alleen met maden vissen en met een bepaalde regelmaat geplakte maden voeren.

 

Kun je uitleggen waarom jullie in Spanje zo succesvol waren bij deze on-Nederlandse visserij?

Nu ik er aan terug denk, krijg ik opnieuw een beetje kippenvel, want wat een fantastische ervaring was dat! Toen het team bekend gemaakt werd, hebben we een groeps app aangemaakt en aan die onderlinge communicatie merkte ik al dat het prima klikte tussen ons. En dat is heel belangrijk in het internationale wedstrijdvissen; wij wilden als team presteren, individueel succes was totaal niet belangrijk.
Alle informatie die we konden verzamelen met betrekking tot benodigd aas, materiaal etc. hebben we verwerkt en meegenomen naar Spanje.
Eenmaal ter plaatse hebben we twee dagen achtereen allemaal verschillende dingen uitgeprobeerd. Diverse visafstanden, verschillende aassoorten, noem maar op. Elke avond hebben we de bevindingen van die dag in alle openheid geanalyseerd.
Vanaf woensdag hebben we toegewerkt naar de te volgen strategie. Op donderdag ontstond enige twijfel of we wel op de juiste weg waren, maar toen we op de laatste trainingsdag naast het Engelse team zaten en feitelijk meer vis vingen dan zij, werd de laatste twijfel definitief weg genomen en waren we klaar voor het weekend.
Na de zaterdag met slechts 14 punten afgesloten te hebben en we de ranglijst aanvoerden, groeide het geloof dat er iets heel moois stond te gebeuren. Het kan mannen!

 

Dutch-Masterclass-42-12

 

De zondag was zenuwslopend voor zowel vissers, bankrunners en natuurlijk onze bondscoach Jan van Schendel. Tot twee minuten voor tijd kon het nog alle kanten op, want Engeland, Spanje, Ukraine en wij streden om de hoogste trede. Zelf loste ik 20 minuten voor het einde een dikke vis en we vreesden dat dit ons de titel zou gaan kosten. Marcel Boel ving vijf minuten later echter weer een vis van 2 kilo en dus stegen we weer.
Na afloop ontstaat een zenuwslopend gereken. Gelukkig ging al snel het gerucht dat we goud hadden. Tja, en dan maak je iets mee wat eigenlijk onbeschrijflijk is. Fantastisch hoe een sport als de onze leeft in landen als Spanje en ook Portugal, waar het WK voor landenteams gevist gaat worden. Ik wil daarbij ook zeggen dat het
zonder goede bankrunners, coach en sponsor Preston Innovations onmogelijk was geweest om dit soort successen te verwezenlijken. 
Elders in deze editie van Witvis Totaal treffen jullie overigens een uitgebreide bijdrage van teamgenoot Marcel Boel over onze onvergetelijke ervaringen.

 

Dutch-Masterclass-42-13

 

Stefan Altena

Wat bepaalt de keuze voor het juiste elastiek? Is dat de vissoort waar je je op richt of zijn dat eerder zaken als lijndikte of haakmaat?

De afstemming van het elastiek is afhankelijk van een aantal factoren. Uiteraard de vissoort die je probeert te vangen; daar pas je de lijndikte en je haakmaat op aan. Ook het gebruikte haakaas kan een bepalende factor zijn. Kijkend naar ons eigen land, dan richt de visserij zich vooral op voorn en bliek. Mijn elastiekkeuze is dus gebaseerd op het vissen op deze soorten. In principe gebruik ik dan elastieken met een diameter van 0,9 mm of 1,0 mm. Dit lijkt misschien relatief zwaar, maar ik houd rekening met de waterdiepte en het aas dat ik op de haak gebruik. Wanneer het water tot zo’n drie meter diep is en je vist met aassoorten zoals pinkies, maden en mestpiertjes, dan kun je prima uit de voeten met 0,9 mm. Vis je dieper dan drie meter en/of gebruik je dendro wormen of casters op de haak, dan zal ik eerder elastiek van 1 mm gebruiken. Met een maatje dikker elastiek kun je iets meer kracht zetten op de vis om deze te haken. Caster en dendrowormen bedekken de haak meer, zodat iets meer kracht wordt gevraagd. Vis je meer gericht op grotere vissoorten dan gebruik ik elastiek van 1 of 1,2 mm of hollo elastiek 1,2 mm. Hollo elastiek gebruik ik voornamelijk bij de visserij op brasem of wanneer je veel last hebt van lijnzwemmers. Dit stiek heeft meer rek en demping waardoor je minder vissen verspeelt.

 

Fluorocarbon lijnen zijn erg populair bij feedervissers. Heeft deze lijnsoort ook voordelen voor de vaste-stok visser?

Ik heb deze lijnen een paar keer geprobeerd. Zowel tijdens trainingen als tijdens een wedstrijd, toen de omstandigheden moeilijk waren. Voor mijn gevoel maakte dit geen positief verschil. Ik geloof zelf meer in een soepele lijn, want daaraan valt je aas zo natuurlijk mogelijk naar beneden. Nadeel van fluorocarbon lijnen is dat deze minder soepel zijn en minder trekkracht hebben. Voor het feederen heeft fluorocarbon natuurlijk wel zo z’n voordelen. Zo ligt de iets stuggere lijn goed uitgestrekt op de bodem en dat dan ook nog eens in combinatie met een aanzienlijk mindere zichtbaarheid ten opzichte van gewoon nylon.

 

Dutch-Masterclass-42-14

 

Tegenwoordig wordt er veel gevoerd met behulp van de pole-cup. Wanneer maak je nog gebruik van het 'ouderwetse voerbombardement'?

Zo’n voerbombardement met flinke ballen voer pas ik toe wanneer ik verwacht dat de visserij heel slecht wordt. Ik neem dan een schraal voer en gebruik heel weinig aas in de voerballen, zodat de vis echt moet zoeken naar het aas over een wat groter oppervlak. Bij deze manier van aanvoeren, houd je de vissen langer op je stek. Wanneer toch blijkt dat er meer vissen op je stek komen dan in eerste instantie verwacht, kun je nog snel genoeg anticiperen door met je pole-cup meer aas te brengen en dan vooral ook meer gecentreerd.

 

Welke verschillende grondsoorten gebruik je in het voer? Maakt dat enig verschil bij eventueel verschillende strategieën?

Ik gebruik veelvuldig bosgrond en leem in mijn voer. Op een water waar veel voorn te verwachten is, geef ik de voorkeur aan een samenstelling waarbij het aandeel leem relatief klein is, zeg 70-80% voer tegen 20-30% leem. Dit is ook een beetje afhankelijk van de hoeveelheid vis die je kunt verwachten. Bij een visserij op voorn kan het ook goed werken om vers de vase gescheiden van de rest in puur leem te verpakken. In het voer vermeng je dan andere aassoorten zoals hennep, maden en casters. 
Bij een typische brasemvisserij ben ik er groot voorstander van om het aandeel leem hoog te houden. Ik ga dan uit van 70% leem in combinatie met 30% voer. De voermix mag niet te veel werking hebben. Om die reden kies ik er dan ook voor om de vers de vase al een half uur voor aanvang van de wedstrijd door het voer te mengen. De beweeglijkheid van de larven neemt zo aanzienlijk af en dit zorgt voor rust op de stek. Dat komt de visserij op dikke vissen ten goede. 
Tot slot: bij een allround visserij waarbij je zowel voorn, bliek als brasem kunt verwachten, gaat mijn voorkeur uit naar een samenstelling van 50% voer met 50% bosgrond.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.