Fijn feederen aan de Oude Rijn

11 oktober 2018 | Arjan Klop

Door het Groene Hart loopt een van de mooiste viswateren van Nederland:
de Oude Rijn. Dit even fraaie als (nog steeds!) visrijke stuk water geniet landelijke bekendheid vanwege de jaarlijkse vierdaagse wedstrijd die Hengelsport Kooy reeds jaren in maart organiseert tussen Woerden en Alphen a/d Rijn. Maar ook tal van andere regionale clubwedstrijden vinden plaats aan de oevers van de Oude Rijn. 

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 91 van Witvis Totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

De grillige loop, het verschil in diepte en breedte en een prima visbestand, zorgen voor een uiteenlopende visserij op voorn, bliek, brasem en zelfs zeelt en dat met zowel de vaste hengel als de feeder. 
Laten we er eens gaan vissen…
Het is begin maart en er staat een flinke zuidwesten bries over het water. Deze wind voelt erg koud aan en toch zit er al een behoorlijk aantal hengelaars aan de waterkant. Velen van hen zijn vaste deelnemers aan de eerder genoemde vierdaagse wedstrijd en zijn aan het oefenen voor dat evenement. 
Een van de mooiste en meeste succesvolle manieren van vissen op de Oude Rijn in deze tijd van het jaar is het feederen. Niet naar de overkant met veel en grof aas, maar juist dichtbij en met behoorlijk licht materiaal. Ook voor vandaag kies ik voor deze aanpak. Op de stek die ik heb gekozen is het water zo’n 70 meter breed. Na het nodige peilwerk besluit ik op 24 meter te gaan vissen; hier is de bodem nog redelijk schoon en er staat voldoende water. Verderop lijkt de bodem alleen maar vuiler te worden. Dit is overigens iets om op de gehele Oude Rijn rekening goed mee te houden; er ligt het en der behoorlijk wat rotzooi in het water.

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-02

Arjan kiest vandaag voor de 24 meter lijn.

 

Zijwind

In de 3.3 meter lange Blackthorne feeder die ik uit het foedraal heb gehaald, heb ik gekozen voor de meegeleverde 0,7 oz tip. Deze is mooi gevoelig, maar buigt in geval van veel stroomdruk wat minder door dan de 0,5 oz uitvoering. Het liefst kies ik voor een normale gaaskorf van 20 tot 30 gram, maar vanwege de harde zijwind kies ik dit keer toch maar liever voor een speedkorf. Die kun je namelijk veel meer snelheid meegeven, waardoor je accurater kunt vissen. Niet alleen de afwijking van links naar recht blijft kleiner, maar zeker ook het verschil in uiteindelijke afstand. Hoe strakker je kunt werpen (lees; hoe minder bocht in de lijn), des te compacter de voerplaats blijft.
De ervaring op dit water leert dat langzaam opbouwen vaak goed werkt.
Eerst voer ik twee korfjes met daarin dode pinkies en wat casters en vervolgens monteer ik voor de derde inworp een 12/00 Super NEO onderlijn met daaraan en G1-102 haak in maatje no. 18. Op de haak worden drie dode pinkies geprikt. Het wachten kan beginnen. 
Na zo’n 15 minuten krijg ik de eerste indicatie, maar deze zet niet door. Als ik even later binnen draai, blijkt het haakaas plat gebeten te zijn. De dode pinkies zijn dus zeker gepakt, maar een goede aanbeet heb ik niet gezien. De 80 cm lange onderlijn kort ik daarom direct in naar zo’n 60 cm.

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-03

Het Japanse Super NEO is perfect voor het knopen van onderlijnen.

 

De volgende inworp resulteert zo’n zeven minuten na de inworp in een, trage, voorzichtige aanbeet. Een mooie bliek is het resultaat. In het daaropvolgende uur blijft in regelmatig beet krijgen, echter nooit snel achter elkaar. Telkens duurt het zo’n zeven tot 10 minuten voordat er een indicatie of aanbeet volgt. Het bijhouden van de tijd is in dit soort situaties erg belangrijk. Het geeft aan hoe lang je geduld moet hebben en de korf kan laten liggen en dus ook wanneer het tijd is om opnieuw in te werpen.
Nadat ik vier vissen heb gevangen, valt de beet bijna helemaal weg. Tijd dus om het werpritme dus aan te passen.  Ik besluit om drie korven kort achter elkaar te voeren, met daarin meer dode pinkies en caster dan voorheen. Vervolgens laat ik de korf rustig liggen om geduldig af te wachten. Het duurt niet lang voordat ik weer beet krijg en nu volgen de beten elkaar beduidend sneller op. Een duidelijk teken dat het gebrachte aas de vis goed bevalt en daarom blijf ik de korf dan ook goed vullen met aas.

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-04

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-05

Zorg dat je altijd diverse soorten en maten korven paraat hebt, want de wind kan zo maar veranderen waardoor je een andere korf moet gaan gebruiken.

 

Blijven variëren

Toch valt ook nu na een tijdje de beet weer weg. Indicaties zijn er nog wel, maar het lijkt of de vis geen interesse meer heeft voor het haakaas. Ik besluit daarop om met wat groter aas te gaan vissen in de hoop dat dit meer opvalt bij de vissen, om op die manier weer een aanbeet uit te lokken. De G1-102 haak in maat no.18 wordt omgewisseld voor een LS2210 no. 16. Deze haak is wat breder en is perfect om  veel aas op te plaatsen, maar dankzij de korte steel blijft het gewicht toch beperkt. Ik besluit om te korf behoorlijk vol te stoppen met dode pinkies en casters en prik op de haak nu drie dode grote maden. Deze aanpak vraag om geduld, maar levert als het lukt vaak wel een bonusvis op. Ik besluit voordat ik ingooi om er 20 minuten de tijd voor te nemen. Een grote vis vraagt om rust op de plaats, echter te lang niet bijvoeren is zeker ook niet goed. 
Na precies 20 aanbeetloze minuten draai ik binnen, om vervolgens te ontdekken dat het aas er nog precies zo aan hangt als toen ik het heb ingegooid. De vis heeft dus totaal geen interesse getoond en deze aanpak blijkt vandaag niet te werken.

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-06

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-07

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-08

Blijf ook variëren in aas. Ook good old Rubiver werkt nog steeds!

 

Wederom is het dus tijd om voor een andere tactiek te kiezen. Inmiddels is de wind een stuk afgenomen en ik besluit om de speedkorf om te wisselen voor een normaal gaaskorfje van 20 gram. Dit korfje is een stuk kleiner en lichter. De impact op de voerstek zal dus een stuk minder zijn en het korfje zal bovendien rustiger afzinken. De bedoeling is om zeer regelmatig te gaan ingooien. De onderlijn wordt omgewisseld naar een 60 cm lange versie van 10/00, met daaraan een LS 1310 no.17 gemonteerd. Het lichtere korfje zal wat minder strak gooien en omdat ik toch ook over de voerplaats heen wil gaan vissen, verleng ik de lijn met 1,5 meter.  Ik besluit om elke vier minuten opnieuw te gaan inwerpen, zodat er met regelmaat kleine beetjes voer gebracht worden. Dat blijkt een goede zet, want al snel komen de aanbeten terug en de aanbeten volgen elkaar snel op.  Wanneer ik een cocktail van een stukje rubiver (kunstaas) met een pinkie op de haak monteer, wordt het aas al boven de bodem gepakt.

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-09

Vaak draait alles om vertrouwen…

 

Tussen de oortjes...?

Inmiddels zijn er 3,5 uur verstreken en heb ik een ‘mixed bag’ aan vis gevangen, bestaande uit mooie blieken, diverse kolbleien en enkele dikke voorns. Op dat moment passeert er een grote boot, die het gehele water flink op zijn kop zet. Het gevolg is dat de aanbeten geheel weg vallen. Ik bespeur een half uur achtereen geen enkel teken van leven en besluit dat het mooi geweest is voor vandaag.
De vangst is uiteindelijk niet spectaculair, maar daar was de visserij zelf zeker niet minder interessant om. Ik heb diverse voermanieren toegepast, waarop de vis een aantal keer goed reageerde. In totaal heb ik 0,5 liter dode pinkies gebruikt en 0,25 liter casters. Het voer bestond uit een mix van VDE Supercrack brasem en Supercup. Het donker maken van het voer lijkt ook bij het feedervissen steeds populairder te worden, maar zelf vertrouw ik veel liever op de normale, natuurlijke kleuren van het voer. Voor mijn gevoel is de kans op een bonusvis dan veel groter, maar dat zit misschien wel gewoon tussen te oren...


Arjan Klop

 

Fijn-feederen-aan-de-Oude-Rijn-12

Gewoon weer lekker gevist!

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.