En hij zag dat het goed was…

06 september 2018 | Roy Steyvers

Er was ooit een tijd (lang geleden) dat ik het nut van diverse typen lijn, zoals fluorocarbon, en coatings van nylon niet zag zitten. Naar mijn idee was dat alles pure commercie. Op dat té makkelijke standpunt ben ik echter al geruime tijd teruggekomen, nadat ik me realiseerde dat ik niet altijd de beste keuzes heb gemaakt. Het is namelijk wel degelijk belangrijk om te weten welke specifieke eigenschappen een lijn heeft, om optimaal te kunnen presteren/vangen!

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 90 van Witvis Totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

We kennen allemaal de diverse typen lijn die tegenwoordig op de markt zijn. Allereerst natuurlijk het klassieke nylon (monofilament), maar daarnaast ook fluorocarbon, gevlochten lijnen op basis van Dyneema en Spectra en de hybride lijnen (gecoate lijnen, zoals de Aspire Invisitec). In deze bijdrage ga ik met name in op de eerst genoemde lijnsoorten: nylon en fluorocarbon. Mijn focus ligt daarbij wel een beetje op het vissen met de vaste stok. Bij het gebruik van een molen komen nog enkele andere dan de hieronder besproken aspecten om de hoek kijken, maar de basis blijft gelijk. Allereerst een ‘technische’ opfrisser: Nylon werd in de jaren 30 van de vorige eeuw ontdekt door Dupont en pas in de jaren 50 voor het eerst gebruikt als vislijn. Nylon behoort tot de polyamides (kunststof) en was oorspronkelijk bedoeld als

vervanger voor zijde. Hoewel het heden ten dage eigenlijk geen puur nylon meer is door diverse toevoegingen, die de performance van nylon verbeteren, blijven we het nog vaak nylon noemen! En ik noem het in deze bijdrage mono (van monofilament).

 

 

Foto 4

Chemische weergave van het aardolieproduct nylon.

Foto 5

Chemische weergave van fluorocarbon.

 

De officiële naam van fluorocar-bon luidt Polyvinylideenfluoride (PVDF). Deze kunststof werd pas in de afgelopen negentiger jaren voor het eerst als vislijn gebruikt. Doordat de moleculen van fluorocarbon dicht op elkaar zijn gepakt, heeft deze lijn andere eigenschappen dan mono!

 

Foto 2

Foto 3

Het gebruik van de juiste soort lijn bleek toch belangrijker dan ik eerst dacht…

 

KENMERKEN

Laten we eerst eens wat kenmerken van en daarmee ook verschillen tussen klassiek mono en fluorocarbon bekijken:

    Zichtbaarheid

Water heeft refractie of brekings-index van 1.33, fluoro van 1.42 en mono van 1.58. Wat zeggen die getallen eigenlijk? Fluorocarbon is zeker niet onzichtbaar, maar wel duidelijk minder goed zichtbaar onderwater dan gewoon mono. Kijk maar eens naar de foto van de ‘stealth’ lijn! De linker lijn met haak is de Shimano Aspire Silk-shock en de rechter de Shimano Sufix (100% fluorocarbon). De verschillen zijn duidelijk te zien en de onzichtbaarheid van de lijn kan in de visserij doorslaggevend zijn. Zo kun je een grotere lijndiameter fluorocarbon kiezen, zonder de zichtbaarheid te vergroten.

    Dichtheid/zinksnelheid

Water heeft een dichtheid van 1.00 en mono van 1.10, terwijl fluorocarbon een dichtheid heeft van 1.78. Mono zinkt dus erg moeilijk, terwijl fluorocarbon juist erg ‘mak-kelijk’ zinkt; ca. 3x sneller! Om alles in het juist perspectief te zien: lood heeft een dichtheid van 11.3. Het kleine dichtheidsverschil tussen mono en water zal er voor zorgen dat niet alleen de dichtheid, maar ook de oppervlaktespanning een rol speelt bij het zinken. Water of beter gezegd, water met een altijd aanwezige oppervlaktespanning, gedraagt zich als een elastische film die doorbroken moet worden. Denk maar aan het ontvetten van matchlijn! Een lage dichtheid in combinatie met de te overbruggen oppervlaktespanning, bemoeilijkt altijd het zink gedrag. Bij wind en oppervlaktestroming geeft het snel zinken van de door jou gebruikte vislijn natuurlijk grote voordelen! Zelf gebruik ik vaak bij het vissen met een lange slag en waar oppervlaktestroming aanwezig is, tegenwoordig altijd fluorocarbon.

 

Foto 6

Het verschil in zichtbaarheid onder water tussen een mono lijnaanwezig is, tegenwoordig altijd fluorocarbon. (links) en eentje van fluorocarbon is op deze foto duidelijk te zien. In ieder geval voor het menselijk oog…

 

Foto 7

Foto 8

Het gebruik van de juiste soort lijn in de daarvoor geëigende omstandigheden, kan weldegelijk het verschil maken tussen vangen en niet vangen!

 

    Wateropname

In tegenstelling tot mono neemt fluorocarbon nagenoeg geen water op, slechts 0.05%. Dus op het droge en in water heeft dit materi-aal altijd dezelfde eigenschappen. Mono kan daarentegen 10 tot wel 20% water opnemen.

Is dat erg? De diameter neemt iets toe en de trekkracht neemt ca 10% af en de rek neemt ca 25% toe. En de lijn wordt soepeler!

Kortom: de eigenschappen van fluorocarbon zijn dus tijdens het vissen niet aan verandering onderhevig, in tegenstelling tot mono!

    Elasticiteit/rek/geheugen

Fluorocarbon heeft iets minder rek dan mono (2 t.o.v. 10%) en zal dus voor een betere beetregistratie zorgen. Ook het zetten van de haak gaat beter/directer, vooral bij het vissen op grote afstand! Daar staat dan weer tegenover dat het elastische mono een schok beter zal absorberen.

Over rek kan ik een mooi maar te ingewikkeld verhaal over plasticiteit en elasticiteit ophangen, maar het komt er op neer dat materialen die deze eigenschappen ver-tonen, als ze eenmaal vervormen nooit meer terug komen in hun oorspronkelijk staat! Tot het punt van vervormen wordt gepasseerd, zal mono enkele procenten minder geheugen vertonen.

De totale rek tijdens een dril wordt bij het stokvissen tegenwoordig overigens vooral bepaald door het gebruikte topelastiek en minder door de lijn!

 

    UV-Degradatie

Fluorocarbon is ongevoelig voor ultraviolet licht en zal dus niet in kwaliteit afnemen als het langdurig aan licht wordt blootgesteld. Mono kan echter tot wel ca 20%

in sterkte afnemen, tijdens de eerste 100 uur van blootstelling aan direct daglicht. Maar een lijn ligt toch voornamelijk onder water (of in mijn kast) en een lijn gebruik ik nooit 100 uur. Of niet soms? En mijn lijnen zul je nooit open en bloot langs de waterkant zien!

 

    Wrijvings- en schuurbestendigheid

Fluorocarbon heeft een zes keer hogere schuurbestendigheid dan mono. Fluorocarbon is hard!

 

    Souplesse

Mono is daarentegen weer soepe-ler dan fluorocarbon en zal derhalve zorgen voor een natuurlijker aasaanbieding. Ook het werpvermogen is met fluorocarbon wat minder, maar dit materiaal zal dan wél weer voor een stillere aasaanbieding zorgen, als je strak op de bodem wilt vissen!

 

    Trekkracht en knoopsterkte

We onderscheiden eigen een aantal situaties:

    Droog zonder knoop: mono heeft een hogere trekkracht (10%) bij gelijke diameter;

    Droog met knoop: mono haalt ca 95% van de droge test,  terwijl fluorocarbon maximaal 80% haalt;

    Nat zonder knoop: door de wateropname neemt de trekkracht van mono af tot 90%, terwijl fluorocarbon de oorspronkelijke trekkracht behoudt;

    Nat met knoop: de trekkracht van fluorocarbon blijft gelijk aan de droge toestand, terwijl die van mono wel 20% kan verminderen.

 

Voor de duidelijkheid nog eens samengevat in het tabelletje hieronder:

 

                             Nylon treksterkte %             Fluorcarbon treksterkte %

Droog                 100                                        100

Droog,                95                                           80

met knoop

Nat                     90                                           100

Nat,

met knoop         80                                           80

 

METEN VAN LIJNEN

Als je de productinformatie op de verpakkingen in Engelstalige landen vergelijkt met die van de overige Europese landen (voor de Engelsen: het continent), dan valt op dat de in de Engelstalige versie vermelde trekkracht altijd lager ligt. Dat vergt enige nadere uitleg. In de Engelstalige landen word de trekkracht op de knoop vermeld en hiervoor is als standaard de enkele Palomar knoop gekozen. In Europa meten we de trekkracht van een bepaalde lengte aan lijn zonder knopen en de trekkracht is dan logischer wijze hoger! De kwaliteit en het type van de knoop is dan immers niet bepalend.

Nog iets over knopen: er wordt vaak gesproken over natte en droge knopen en over thermische geleiding (lees: warmteafvoer), maar om een correcte vergelijking tussen de besproken lijnen te kunnen verklaren, maak je daarmee een denkfout. Het is namelijk enkel de buigsterkte die het verschil verklaart: 125 MPa voor mono en 94 MPa fluorocarbon. Let daarbij maar niet op de gebruikte eenheden, maar kijk met name naar het verschil.

 

DE KEUZE IS AAN DE VISSER

Een aantal van de besproken aspecten is natuurlijk puur theoretisch en statistisch en het is uiteindelijk aan de visser om uitgaande van de omstandigheden de juiste lijnkeuze te bepalen! Beide lijnen hebben zowel voor- als nadelen. Maar de belangrijkste parameters in de hierboven gepresenteerde vergelijking zijn toch zichtbaarheid, trekkracht, slijtvastheid en UV bestendigheid. En juist op die kwaliteiten scoort fluorocarbon goed. Zelf gebruik ik tegenwoordig dan ook steeds vaker fluorocarbon op onze steeds helderder wordende binnenwateren. En met succes. Ook zet ik fluorocarbon in als hoofdlijn als er obstakels te verwachten zijn, aangezien de slijtvastheid van dit materiaal aanzienlijk beter is dan die van mono.

 

KENNIS

Is het echt belangrijk dat je weet uit welk materiaal, met de bijbehorende eigenschappen, je lijn bestaat? Persoonlijk vind ik dat heel belangrijk! Ik ben iemand die in zijn hobby tot op het kleinste detail wil kennen. Juist dan is het belangrijk dat je weet wat de eigenschappen van het betreffende product zijn. Dat geldt voor voer en aas, haken, lood, dobbers en dus ook voor de lijn. Ik wil kunnen vertrouwen op materiaal, en dat dan ook optimaal gebruiken. Een juiste keuze van lijn bij de stijl van vissen is essentieel! Fluorocarbon heeft overduidelijk andere eigenschappen dan mono en als je op het scherp van de snede vist, kan elk detail het verschil zijn tussen de dood of de gladiolen. Al met al ben ik dus tot de conclusie gekomen dat ik in het verleden wat kansen heb laten liggen om optimaal gebruik te maken van de diverse

soorten lijnen en onderlijnen…

 

TIP

Controleer -of beter nog: vervang- de lijnen die je gebruikt zeer regelmatig. Verwijder beschadigde stukken; soms is het afknippen van een kort stukje al ruim afdoende om de lijn weer als nieuw te kunnen gebruiken. Vervang de lijn aan het begin van elk visseizoen of voor een belangrijke viswedstrijd. Want lijnbreuk is het laatste wat je wil bij de dril van die ene oh zo belangrijke of grote vis!

 

Foto 9

Foto 10

Uiteindelijk bepaalt de praktijk of een lijn voldoet…


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.