Met of zonder tanden…

23 augustus 2018 | Tom Sintobin

We horen het jullie denken: wat komen twee roofvissers in vredesnaam doen in Witvis Totaal? Roofvissers en vissers op witvis, zijn dat niet twee werelden die wel heel erg ver uit elkaar liggen? Dat geef ik grif toe, maar toch is het ook weer niet helemaal waar.

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 90 van Witvis Totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

 

 

Ik doel dan niet op het feit dat sommige ‘moderne’ roofvistechnieken -zoals wanneer doodazers voerplekken aanleggen voor snoek - wel wat op de witvisvisserij lijken, en al evenmin op het feit dat steeds meer witvissers gebruik maken van ‘kunstaas’ zoals artificiële maden, maïs- of hennep, om hun geliefde brasems, voorns en vijverkarpers te vangen. Nee, ik heb het over een ander fenomeen, namelijk dat roofvissers opvallend vaak witvissen aan de haak krijgen… correct gehaakt in de bek! En het zijn zeker niet de kleinste vissen die we zo vangen.

 

BIJNA ELKE VIS EET… VIS!

Vroeg of laat vergrijpen ze zich allemaal aan kunstvisjes: bakken van windes, kolossale ruisvoorns, snaarstrakke barbelen, karpers om ‘u’ tegen te zeggen en enorme bra-sems… Voor die laatste hebben we zelfs een speciale naam: we noemen ze ‘roofbrasems’! Eigenlijk leveren alle kunstaasjes ooit wel eens een witvis op, maar met name het verticalen met shads en het jiggen met het zogenoemde plankjeslood is bij-zonder succesvol gebleken voor het vangen van die ‘roofbrasems’ en bakstenen van voorns. Dat plankjeslood is overigens een Franse uitvinding: een driehoekig stukje lood dat vrij over de lijn schuift, met daaronder een dregje waarop zo’n softplastic inktvisje geprikt zit. Je vist dit kustaas erg heftig: omhoog tikken, en dan in vrije val weer naar de bodem laten gaan. Er zijn maar weinig vissers in Nederland die het gebruiken, maar wie dat wél doet, weet dat nagenoeg alle vissoorten die in onze wateren voorkomen er dol op zijn – met en zonder tanden.

 

002

Brasem die zich met zoveel geweld op een shadje stortte, dat je hem gerust als roofbrasem mag betitelen.

 

 

003

In de stuwmeren van het Spaanse Extremadura gedragen de daar voorkomende Comizo barbelen zich eerst en vooral als viseters.

 

Voor beide genoemde kunstaastypes geldt dat het vele malen beter werkt als het klein van slag is. Grote brokken rubber worden vrijwel altijd ongemoeid gelaten, terwijl kleine shadjes in allerhande vormen met graagte worden gegrepen. Vraag me niet wat al dat rubber nabootst – van salamander tot visje tot ‘kronkelend ding’, het bestaat allemaal – maar het maakt eigenlijk ook niet uit. Het is een lekker klein en vooral opvallend hapje dat daar voor de neus van de witvis komt dansen; de ideale snack als het ware, en als het hem niet te veel moeite kost, maken ze er graag gebruik van. Daarmee is meteen ook een verklaring gegeven voor het succes van beide genoemde methoden: zowel bij het verticalen als bij het vissen met plankjeslood gaat de boot traag vooruit en worden specifieke stekken (vooral taluudjes) haarfijn uitgepeuterd. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat werpend vissen met shadjes niet ook witvis kan opleveren. De bekende roofvisser Piet Driessen en zijn vismaat Piet Hoeijmakers kunnen ervan meespreken. Vorig jaar waren ze met z’n tweeën de ondiepe Maasoevers aan het uitgooien met shadjes op lichte loodkoppen. Dat is een leuke en ook best trage vismethode. Het shadje laat je rustig tikkend het talud afhuppelen en soms huppelt het recht de bek van een gretige rover in. Die dag kreeg Piet echter plots een gigantische dreun op zijn hengeltop. Hij sloeg aan, en de vis stoof ervandoor. Meerval? Een reusachtige snoek? Het nieuwe Nederlandse record roofblei? Al deze gedachten schoten door hun hoofd natuurlijk, maar het bleek een karper te zijn van een formaat waar karper-vissers natte dromen van krijgen in hun bivvy. Dat de dril een huzaren-klus was met een lichte spinhengel, behoeft uiteraard geen betoog. Ook deze reuzenkarper pakte dus een rustig zwemmend kunstaasje. Klein en rustig – dat lijkt de sleutel te zijn tot witvissucces met kunstaas.

 

004

Piet Hoeijmakers met een fenomenale karper, die een shadje niet kon laten passeren. Foto: Piet Driessen

 

UITZONDERING OP DE REGEL

Winde vormt een uitzondering op deze regel. Deze karperachtige ziet er immers absoluut niet tegen op om een sprintje te trekken, zo heb ik ondervonden. Van winde is dan ook al zeer lang bekend dat het een ware omnivoor is, die soms ook graag op jacht gaat naar andere vissen. Ik denk dat dat meteen ook de verklaring is waarom er zo ontzettend veel windes gevangen worden door vissers die met kleine plugjes op baars bezig zijn, zowel werpend als slepend. Onlangs stuurde Niek Fleuren mij de foto toe van nog een nog niet genoemde witvissoort die hij met kunstaas had verschalkt op de Gelderse IJssel: een kopvoorn. Mijn aandacht was meteen gewekt. Hoewel de Grensmaas en een handvol beekjes en kleine riviertjes in het zuiden en oosten van Nederland wel eens wat exemplaren van Leuciscus cephalus opleveren, was dit de allereerste melding die ik hoorde van de vangst van zo’n dier op deze rivier. En zoals bekend staat de IJssel in verbinding met zo’n beetje alle waterlopen in heel het land, dus dat betekent dat deze vissoort een veel breder verspreidingsgebied zou kunnen hebben dan altijd wordt aangenomen. Niek is afkomstig uit Cuijk, een plaatsje aan de Maas in Noord-Brabant, vlak onder Nijmegen. Tot hij een jaar of 15 was viste hij vooral met de vaste hengel, maar later raakte hij besmet door het roofvisvirus en dat is hij tot op de dag van vandaag gebleven. Hij gaat maar liefst twee keer per week het water op om zijn hobby uit te oefenen! Niek vindt alle disciplines van de sportvisserij wel leuk en houdt van variatie. Daarom vist hij steevast met de seizoenen mee, zoals dat dan heet. In het voor- en najaar vist hij bijvoorbeeld graag werpend op snoek, en in de winter gaat hij verticalen op snoekbaars. Wat mij in het kader van deze bij-drage vooral interesseert, is zijn favoriete zomervisserij: het slepen met kleine plugjes achter de boot op een van de vele mooie rivieren die Nederlandrijk is, op alles wat maar bijten wil. Ik vroeg hem om eens haarfijn uit de doeken te doen hoe hij die visserij en tot mijn vreugde was hij bereid om dat uit te leggen in een mini-interviewtje speciaal voor dit fraaie magazine.

 

005

Nieks eerste barbeel op kunstaas. Foto: Niek Fleuren

 

006

Windes zien niet op tegen een sprintje, op jacht naar een hartig brokje. Foto: Niek Fleuren

 

Niek, wat is je geheime techniek?

Ach, er is eigenlijk niets geheims aan. In de zomer vis ik graag slepend met kunstaas op de rivier en dan het liefst op een snelstromende rivier. Daar valt altijd wel wat te beleven en je weet nooit wat er die dag zal gaan gebeuren. Ik vis dan met kleine dieplopende plugjes van circa 5 cm die ik achter de boot laat meezwemmen. Het liefst vis ik dan tegen de stroming in, zodat ik snel kan reageren op diepteverschillen. Dat vis noodzakelijk omdat ik mijn kunstaas vlak boven de bodem aanbiedt, waar ik absoluut de meeste aanbeten krijg. Ik houd tijdens het slepen mijn dieptemeter voortdurend goed in de gaten. Zie ik daarop dat het wat ondieper wordt, dan kan ik de boot snel iets verder van de kant sturen om zo weer op de gewenste diepte te komen. Andersom werkt dit natuurlijk het-zelfde: als het dieper wordt, stuur ik de boot wat meer naar de oeverzijde. Op welke diepte je moet vissen, hangt echt af van dag tot dag. Vaak begin ik op 1 tot 1,5 meter diep. Als ik daar geen actie krijg, dan probeer ik het op 2, 3 of 4 meter diep. Ook varieer ik met de vaarsnelheid. Een goed uitgangspunt vind ik 3 à 4 kilometer per uur, maar het blijft proberen. Vaak werken baarsachtige kleuren erg goed. Mijn vismaat en ik proberen als we beginnen ieder een ander kunstaasje en we proberen zo snel mogelijk te ontdekken welke kleur die dag het beste werkt.

 

007

Het scherm loopt vol door een grote school brasems onder de boot.

 

Welk materiaal gebruik je precies voor deze visserij?

Erg belangrijk is de lijn: hoe dunner die is, des te minder weerstand hij ondervindt in het water en hoe dieper de plug duikt. De lijn die ik per-soonlijk voor deze visserij gebruik, is een gevlochten lijn met een diameter van 12/00. Deze lijn heb ik op een molen maatje 1000 gespoeld en vis ik met een hengel van 230 cm lang met een mooie topactie. Ik kies voor een molen, omdat de kleine plugjes niet veel eigen gewicht hebben waardoor ze makkelijker weg te zetten zijn met een molen dan met een reeltje. Ook hoor je beter wanneer je beet hebt, omdat een slip van een molen geluid geeft als hij afgaat, terwijl dat bij reels niet het geval is.

Er zijn veel goede plugjes voor dit werk, van diverse merken. Om er maar een paar te noemen: Salmo Hornet 4, 5 & 6 cm, Rapala Jointed Shadrap 5 & 7 cm, SPRO Pikefighter Jointed junior.

 

008

Dergelijke hybriden van roofblei en winde zijn extreem sterk en… roofzuchtig! Foto: Niek Fleuren

 

Welke vissoorten van je daarmee zoal?

Het leukste aan het vissen op de rivier met dergelijke mini-plugjes vind ik de diversiteit aan soorten vis die je vangt. Afgelopen zomer vingen we in een avondsessie direct na ons werk van 17.00 uur tot 22.00 uur maar liefst zes verschillende soorten: snoek, snoekbaars, baars, winde, roofblei en zelfs een meerval van 137 cm!

Dagen van 20 vissen of meer zijn geen uitzondering als je alles goed doet. Soms loop je ook vissen tegen het lijf die je bij de jacht op roofvis niet zo vaak tegen komt.

Zo heb ik onlangs mijn eerste barbeel op een plugje gevangen, en twee zomers geleden dus ook de kopvoorn waarmee we deze bijdrage openden.

 

009

 

Ik ving hem op 12 augustus 2015 op een diepte van twee meter, met een Salmo Hornet 4 plugje, in een zilver blinkend kleurtje. Geloof me: mijn vismaat en ik waren superblij toen dit prachtige dier aan boord kwam! En nu ik het toch over die vismaat heb: het is raadzaam op een snel-stromende rivier altijd een vismaat mee te nemen die mee kan helpen uitkijken naar ondieptes, boeien en de beroepsscheepvaart. Daarnaast kan de opstapper assisteren met het scheppen van de vis en is hij of zij er natuurlijk altijd om mooie foto’s maken van een gave vangst. En boven alles: het is veel gezelliger met z’n tweeën! En met deze wijze woorden wil ik deze bijdrage afsluiten. Ik ben erg benieuwd wat de toekomst gaat brengen. Is de kopvoorn aan een opmars bezig op onze grote rivieren, zoals eerder de meerval, de roofblei en de zo gehate grondels? Zal de vis-serij met kunstaas op witvissen ooit gericht kunnen gebeuren? De tijd zal het ons leren!

 

0010

Op onze mooie en altijd verrassende rivieren mag je van alles verwachten…


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.