Voorjaarszilver

09 augustus 2018 | Berend Masselink en Nico van Dee

Misschien is het een tikkeltje pedant om te zeggen dat we grote blankvoorns mooier vinden dan grote ruisvoorns. Die goudrode ruisers staan natuurlijk hoog op de ranglijst, maar sinds we weer mochten genieten van de voorjaarspracht van de grote ‘blanko’s’ met die staalblauwe zilverglans en hun dromerige Mona Lisa ogen, zijn we weer verkocht en slapen sindsdien onrustiger dan ooit.

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 89 van Witvis totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

Daar komt er weer een... voorn of baars?

 

Daar staan we dan langs het kanaal. We weten eigenlijk niet goed hoe we dit gaan aanpakken. Op dit kilometers lange rechte eind moeten ze zitten; de grote blankvoorns waarnaar we op zoek zijn. We weten inmiddels dat deze zijtak van de rivier blijkbaar goede paaiplaatsen biedt voor de blankvoorn-mama’s en -papa’s. De oever bestaat uit stenen met hier en daar een pluk riet. De stenen lopen ondiep en onregelmatig door tot een meter of vijf uit de kant. Wanneer de rivier laag staat, vallen die eerste meters droog. Op dit moment is het water hoog genoeg om er boven te paaien. Paaien op de stenen; roofblei, blankvoorn en winde doen dat gewoon. 

 

02

Een flink brok staalblauw met zilver...

 

TECHNIUM DT

Onze matchhengels zijn in orde gebracht en van het stof ontdaan. Nico met zijn good old BFT (Better Fishing Tackle). Een 25 jaar oude superlichte 420 stok. Zelf hanteer ik de 420 Technium DT van Shimano die al wat ringetjes mist. Ik heb bij de zesde poging mijn 16/00 door het oogje van een schuivende Crystal Puddle waggler gemikt om eventueel de vier tot vijf meter diepte op 10 meter uit de kant te kunnen bevissen. Nico houdt het bij zijn vaste dobber en vist op de bodem. Ik vis wat ondieper dan hij. Met behulp van een pult heb ik wat maden rondgeschoten op diverse plekken, waaronder in mijn eigen nek en in de koffie van mijn vismaat. We hebben ons al warmgedraaid met de nodige zwartbekgrondels en zijn in spannende afwachting van wat komen gaat. De vraag die ons voorlopig echter nog even bezighoudt is deze: als de grote voorns hier zitten, staan we dan op de juiste plaats of moeten we 100 meter naar links of naar rechts? Is de oever daar geschikter om te paaien; of is er meer voedsel? Of hangen de voorns juist hier voor ons het liefste rond? De tweede vraag: zoeken we ze tegen de bodem of zwemmen ze op half water? En dan gelijk ook maar de derde vraag: cruisen ze heen en weer langs dit kanaalstuk, of blijven ze ergens rondhangen?

 

03

Met deze toevallige vangst begon het...

 

ALUMACRAFT

Een paar dagen voordien waren we per toeval op deze plek aanbeland tijdens het snoekbaarzen in de gesloten tijd. Dat klinkt ontzettend fout, maar dat was het niet. Het kunstaas had netjes plaatsgemaakt voor legale wormen aan de dropshothengel en in de Alumacraft Classic lag ook een fraaie ouderwets buigende okerbruin gekleurde glashengel, die met een snoekbaarspen eraan zeker kogelrond zou buigen en mij het nodige plezier zou laten beleven. Een prachthengel vind ik. Toen ik deze stok een week later aan Co Sielhorst voorhield, luidde de analyse van de grootmeester uit Culemborg tot mijn teleurstelling: “Echt Hema!”

 

 

04

Een mooie 34'er...

 

Maar goed. We zaten in de boot, op deze 10e april. Vanuit de driftende boot zie ik mijn dobber ineens weglopen en dit keer niet aan de bodem of op een zwartbekgrondel. Het glas van mijn mooie ‘Hema’ met de dunne aluminium ringen boog lekker door om de stompende vis binnen te loodsen. Dit zou een mooie snoekbaars worden. De verwachte razorback bleef echter uit; wat zich aandiende spetterde en kolkte met zilveren en staalblauwe schubben als een dikke Rutilus rutilus.  

 

VASTE DOBBER

Die voornvangst vanuit de boot bracht ons naar de oever waar we nu met onze matchhengels staan. De vaste dobber aanbieding van Nico blijkt de beste. Zolang de diepte het toelaat, en zeker wanneer er soms wat trek in het water staat – dan weer naar links, dan weer naar rechts vanwege het scheepvaartverkeer – kun je de montage tegenhouden zodat de lichte onderlijn ietwat schuin naar boven komt. Of mijn vismaat op die 15e april  de betere visser was, of dat hij op de juiste stek stond, zullen we nooit weten. Het resultaat mocht er echter zijn, want liefst drie kneiters konden we het schepnet inkrijgen. Na het aanslaan volgde de felle stompende dril van een sterke vis en bij de eerste stonden we bijna te juichen. Een prachtige staalblauwe voorn van 37 cm liet zich gewillig fotograferen op mijn handen. Hoewel de vis geen paaiknobbels vertoonde, was het wel duidelijk dat deze blankvoorn in zijn prachtkleed begon te komen; hij glom als een vis op weg naar een bruiloft. De Amerikanen zeggen dan: ‘I love it when a plan comes together’. De kers op de taart deze sessie was echter een exemplaar van 43 cm. Een iets bruinere vis, maar onmiskenbaar een blankvoorn. We vielen met onze neus in de boter.

 

05

Klaar voor een nachtsessie op een warme septemberdag. De breekstaaf is gereed...

 

VOORNKOORTS

De voornkoorts wilde maar niet zakken. Enkele dagen later trekken we met de Alumacraft naar de trailerhelling en zoeken het kanaal weer op. Gewapend met dezelfde matchhengels en dobbers, maar als reactie uitblijft en onze driften alleen maar grondels opleveren, gaan we over op een actievere benadering en pakken een paternosteraanbieding erbij, netjes vooraf thuis geknoopt. Drie haakjes aan zijlijntjes, telkens een meter onder elkaar, met daaraan een made. Aan het uiteinde een 1 grams loodje om het langzaam naar de bodem te sturen. Tegenwoordig heet dit dropshot of zelfs silvershot. Vroeger gebruikten we deze methode in de havens rondom het Haringvliet waar het te diep was voor je normale dobberaanbieding. Toentertijd – begin jaren zeventig - vingen we hier erg grote voorns mee. Met de kennis van nu weten we inmiddels dat de helft van die vissen geen voorns, maar windes waren, maar daar had-den toen nog nooit van  gehoord als 12-jarige snotneuzen.

 

07

Een knokker van 43 cm...

 

 


 

 

‘TOPVISSER’ TAKS: ‘OOK IN DE WINTER’

 

06

Willem Taks met een bak van 50 cm op topvisser.nl


Als we aan grote blankvoorns denken, komen er op ons netvlies enkele gedenkwaardige voorbij… Onvergetelijk is het net vol ‘bakstenen’ van good old Bob James in de nimmer overtroffen klassieker ‘A Passion for Angling’, gevangen aan samengeknepen Engels witbrood. Maar ook zie ik een blankvoorn van liefst 50 cm op Topvisser.nl. Een foto van een supervangst die bij navraag toebehoort aan ene Willem Taks.

 

Op de betreffende foto herken ik de achtergrond van het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit kanaal is in de ogen van veel sportvissers een brede goot met een hoge oever, maar richting Tiel wordt het een stuk fraaier dan de klotsbak iets verder naar het noordwesten. Via-via krijg ik Willem te pakken en hij blijkt bereid om zijn vangst toe te lichten. Hij is inmiddels wat jaartjes ouder dan op de foto. Zijn slotjes hebben plaatsgemaakt voor een strak gebit en de middelbare school is verruild voor een opleiding  Watermanagement om zijn interesse voor vis met zijn toekomstig werk te kunnen combineren. 


Willem heeft vanaf zijn twaalfde samen met zijn vader veel wedstrijden gevist op het kanaal en deed er veel ervaring op. Hieronder gaat hij die-per in op de voornvangsten:

 

GRONDELINVASIE

“Het Amsterdam-Rijnkanaal is een viswater dat eigenlijk helemaal niet wordt gebruikt voor recreatie, maar alleen maar door de wedstrijdvissers. Jaren terug werd dit mooie water nog bevist door middel van de vaste stok en de feeder, maar vanwege de grondelinvasie is de feeder nog de enige juiste aanpak. In een jaar vissen is het qua afstanden zoeken naar de vis, maar door het -over het algemeen- 's-winters omhoogkomen van het water hoef je niet verder te zijn dan een meter of dertig omdat de vis naar de kant komt voor vers voedsel. De voorns behoren tot de vissen die dan in vette toestand naar de kant komen. 

 

VOLVRETEN

In de zomer worden de grote voorns bijna tot nooit gevangen, maar in de herfst wanneer het ‘volvreten’ voor de winter begonnen is, kunnen er al mooie voorns van enkele onsjes – met als uitzondering een even-tuele kilo plus – uit de onderwaterwereld getrokken worden. De winter daarentegen is voor mij dé tijd voor deze voorns en over het plan van aanpak, kan ik ook wel een boekje openen. 


Blankvoorns staan er om bekend gek te zijn op casters maar op het Amsterdam-Rijnkanaal neem ik eigenlijk nooit casters mee. De vissen worden naast de pier, alleen maar gevangen op maden. Je brengt hennep, dode maden, eventueel maïs en soms een geknipte pier als grondvoer, en je vist over het algemeen met floaters (zwevende maden). Je weet eigenlijk nooit wat je gaat vangen. Bliek, brasem, baars, grondel, voorn of zelfs karper. Je bepaalt niet door middel van je gebrachte aas wat je vangt, maar je past je aas aan op wát je vangt.  Je begint de wedstrijd neutraal en in de loop van de tijd – wanneer je weet waar je mee te maken hebt – pas je je strategie aan op wat je vangt. Het verschilt per wedstrijd hoeveel voorns gevangen worden. De ene wedstrijd worden er alleen maar mooie voorns gevangen en de andere wedstrijd is het alleen maar bliek - maar worden daartussen wel enkele bakken van voorns geland.  De afgelopen winter was er zelfs een voorn bij die door zijn dikte de twee kilogrens overschreed. Zo heeft vismaat en bekend wedstrijdvisser Chris van de Geer een keer in twee achtereenvolgende wedstrijden aan het Amsterdam-Rijnkanaal te Tiel blankvoorns van respectievelijk 1,8 en 1,7 kilo gevangen. De lengte van deze vissen is net als de anderen bakken niet bekend, want daar draait het bij het wedstrijdvissen niet om. Ondanks hun dikte halen de meeste van deze vissen de halve meter niet, maar zijn ze vooral in de hoogte en breedte gegroeid!”
 

Naschrift:
dit gedeelte van het AR-kanaal kent parcoursen van HSV Ons Genoegen en HSV De Brasem, terwijl men soms genoegen neemt met een andere Vispas. Kijk voor de zekerheid even op
Visplanner.nl voor de juiste papieren. 

 


 

MADENPATERNOSTER

Door het gewicht van het loodje aan te passen, kunnen we de boot laten driften en toch de madenpaternoster vlak boven de bodem, en één tot twee meter daarboven aanbieden. Het is een  actieve manier van vissen die - nu vanuit de boot - doet denken aan verticalen of diagonalen op snoekbaars. Maar dit is ietsje anders: hier varen twee gekken in een Alumacraft op zoek naar blankvoorn… 

 

08

Daar zijn de paaiknobbels...


Het weer zit ons niet mee. We belan-den zelfs in een kwartier durende hagelbui, op deze 17e april. April doet wat ie wil! Na een uurtje komt er echter schot in de zaak. Er volgen aanbeten met missers. We voeren wat maden bij om de gang erin te houden. De aanbeten worden feller en nu willen de vissen wél blijven hangen.

 

Tussen enkele flinke baarzen door meldt zich dan toch één prachtige blankvoorn op de onderste paternosterhaak die tegen de bodem zweeft. De vis heeft paaiknobbels op de kop en bovenrug en in het oog schemert nog een restje oranje. Een sublieme vis met magnifieke schubben.  Zo kan het dus ook, driftend met de madenpaternoster!


Het jaar van de blankvoorn is inmiddels bijna ten einde, maar het voorjaar is gelukkig niet ver meer weg. Zodra de ‘gesloten tijd’ voor het kunstaas weer aanbreekt, melden we ons weer voor de Rutilus giganticus! 

 

09

Die verrekte baarzen ook...


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.