Natuurlijke selectie

12 juli 2018 | Peter Post

Topresultaten in wedstrijden komen zelden tot stand door het vangen van het grootst mogelijk aantal vissen. Een eenzijdige focus op het vangen van aantallen is leuk en aardig, maar legt het wat betreft eindresultaat (bijna) altijd af tegen het vangen van grotere vis. Peter Post vertelt…

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 89 van Witvis Totaal magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

Het selecteren van een groter slag vis is een kunst op zich en meestal de sleutel tot succes. Hiermee doel ik niet op het exclusief belagen van een schaarse bonusvis, maar juist op het vangen van de grotere exemplaren van de vissoort die op dat moment dominant is. Deze regel is van toepassing op vrijwel elke situatie en vissoort. Of het nu voorn, bliek, baars, alver of zelfs de visserij op grondel betreft, wie de grotere exemplaren weet te vangen is vrijwel altijd de bovenliggende partij. Dit wordt nog eens extra benadrukt bij een gemixte visserij waarin verschillende soorten tegelijkertijd ten tonele verschijnen. Kort en bondig: kwaliteit verslaat kwantiteit.

 

Deze stelling is de onderliggende reden dat ik nooit berust in wat ik op dat moment vang. Continu vooruitdenken naar een manier om niet alleen vaker beet te krijgen, maar vooral ook een groter slag vis te vangen, is voor mij vanzelfsprekend. Tevens is dit een fundamenteel onderdeel in het uitdokteren van een zo effectief mogelijke aanpak voorafgaand aan elke wedstrijd. Hoewel elke situatie uniek is en een eigen aanpak vereist, is er een aantal grondbeginselen dat aan de basis ligt van succes.

 

foto 2

Een dergelijke gemiddelde maat telt lekker aan en kan uiteindelijk zorgen voor het eremetaal.

 

TOELICHTING

Graag licht ik eerst eens de term selectie nader toe, want dat betreft nogal een breed begrip dat verschillende betekenissen kan hebben. Met positieve selectie doel ik simpelweg op het lokken en vangen van de grotere exemplaren uit de aanwezige vispopulatie. Dit mag niet verward worden met het uitsluiten van welke vis dan ook, oftewel negatieve selectie. Wat ik hiermee bedoel, is het beste aan de hand van een voorbeeld uit te leggen.


Regelmatig word ik gevraagd naar advies over het voeren van wormen wanneer er brasem of bliek in het vizier is. Hoewel men er van overtuigd is dat deze wormen een magneet zijn voor beide soorten, worden ze niet gebruikt of is er grote twijfel om dit te doen. De reden hiervoor is altijd angst dat de voerplek wordt belaagd door baarsjes of posjes die ook verzot zijn op wormen en roet in het eten gooien. Het besluit om geen wormen te voeren om deze reden is uiteraard ook een vorm van selectie, maar dan in negatieve zin. Het doel van het weglaten van wormen is dan immers niet om zoveel mogelijk brasem en bliek te lokken, maar om zo min mogelijk baars of pos aan te trekken. Wanneer mijn mening hierover wordt gevraagd, ben ik zeer stellig en is mijn overtuiging dat dit een volledig foute denkwijze is. Het doel zou in deze situatie immers het lokken van zoveel mogelijk brasem en bliek moeten zijn. Als wormen hierop naar verwachting een positief effect hebben, dan moet dat aas absoluut worden gebruikt.

 

 

foto 3

 

 

foto 4

Peter denkt altijd goed na over de onderwaterwereld.

 

Wanneer het doel is om zo weinig mogelijk ongewenste vissen te vangen, dan is het beter om thuis te blijven. Dan is het bereiken van dat doel immers een zekerheidje; kat in’t bakkie. Het alternatief is toch een frisse neus te halen, geen wormen te gebruiken, geen ‘vervelende’ baars tegen te komen en ook geen brasem of bliek te vangen. Wat mij betreft niet overdonderend logisch. Natuurlijk schets ik het zeer zwart-wit en zijn er altijd nuances, maar het principe blijft in mijn ogen overeind: nooit vissen en voeren om een bepaalde vis(soort) niet te vangen.  

 

JE KUNT ALLEEN VANGEN WAT ER RONDZWEMT

Het aspect locatie is te splitsen in twee onderdelen, waarvan de eerste het viswater of de daaraan gekozen visstek is. Het belang en effectiviteit van het selecteren van een groter slag vis verschilt namelijk in elke situatie. Hoewel er in het vissen zo goed als geen onbreekbare wetten bestaan, is er toch eentje die altijd om de hoek komt kijken: je kunt alleen vangen wat er rondzwemt in het water voor je.

 


 

Nooit vissen en voeren om een bepaalde vis(soort) niet te vangen...  

 



Dat houdt onder andere in dat selectie van grovere vis soms simpelweg niet doeltreffend is. Als je stek wordt gedomineerd door vis van nagenoeg of alleen hetzelfde formaat, kan het vinden van grotere vis net zo gemakkelijk zijn als het vinden van een speld in een hooiberg. Stel je kunt gemiddeld genomen tien vissen van 50 gram vangen in dezelfde tijd dat je door selectief te vissen er één vangt van 200 gram, dan is na een eenvoudige rekensom de conclusie eenvoudig getrokken. De enige zorg is dan simpelweg het uitlokken van zoveel mogelijk aanbeten en hopen dat er een bonusvis tussendoor komt. Deze situaties zijn echter in de minderheid en de ervaring leert dat de opbouw van het visbestand over het algemeen zodanig is dat positieve selectie wordt beloond. Kennis en informatie over de actuele situatie en de aanwezige visstand zijn daarom onmisbaar in het bepalen van de aanpak voor en tijdens elke wedstrijd.

 

foto 5

Vanzelfsprekend is de gekozen visstek heel belangrijk voor wat betreft de vis die je mag verwachten.

 

AFSTAND

Het tweede onderdeel van het aspect locatie is meer praktisch van aard: de visafstand. Om grotere exemplaren te vangen, is het uiteraard belangrijk te weten waar deze zich bevinden en dit verschilt in elke situatie en per vissoort. Zo zijn de grootste blankvoorns in veel wateren relatief dicht onder de oever te vinden. Tegen een kortbij gelegen talud of in de buurt van beschutting zoals riet bevinden zich natuurlijke samenscholingsplekken of patrouilleroutes van grote en sluwere voorns. Op wateren met een respectabel bestand aan voorns is het daarom verstandig altijd een dergelijke plek op te zoeken en aan te voeren. De resultaten zijn soms zeer verassend in positief opzicht.

 

foto 6

Soms betekent het focussen op grote vis zoeken naar een speld in een hooiberg.

 

Het is daarentegen een bekend gegeven dat bliek en brasem zich vaak juist verder uit de oever begeven. Die voelen zich beter op hun gemak op het diepste gedeelte van het water of dicht tegen de overkant en zo ver mogelijk uit de buurt van rumoer. Zo heeft elke vissoort zijn eigen voorkeur en de conclusie is eenvoudig. Richt je op een groter slag vis op wateren waar ze goed vertegenwoordigd zijn en doe dat op de plek waar ze zich van nature ophouden.

 

SELECTIE DOOR AAS EN VOER

foto 7

foto 8

foto 9

Voertactiek en techniek zijn cruciaal

 

VOERTACTIEK IS CRUCIAAL

Zoals altijd staat of valt alles met de voertactiek, één van de meest cruciale onderdelen. Om een groter slag vis te selecteren, dien je hiermee rekening te houden bij het bepalen van de voertactiek en het gebruikte aas. Bodem(gr)azers zoals brasem of bliek houden bijvoorbeeld in de regel niet van onrust op de voerplek. Gebruik daarom een voer met weinig werking of maak het ver van tevoren aan, opdat alle ingrediënten goed verzadigd zijn. Aassoorten als (geknipte) wormen en dode maden zijn alom bekend als zijnde zeer effectief voor deze vissen. Zorg dan ook dat hiermee gericht wordt gevoerd en gevist. Het klinkt allemaal meer dan logisch, maar vaak is de verleiding groot om met een minder selectieve aassoort zoals pinkies te vissen of een snel werkend voertje te gebruiken als daar meer beet mee wordt verkregen. De stelling dat kwaliteit uiteindelijk boven kwantiteit gaat, wordt dan snel vergeten. Dit is meer dan vaak het geval bij het gebruik van casters. Op nagenoeg elk water waar (veel) voorn te vangen is of waar grote voorn aanwezig is, zijn casters aassoort nummer 1. Het is dan ook cruciaal deze kennis te hanteren en in dergelijke omstandigheden gericht te voeren met casters.

 

In de meeste situaties is het optimale resultaat te behalen door zeer frequent een bepaalde hoeveelheid casters bij te voeren. Vroeg of laat zullen de voorns hun voorkeur verleggen naar deze aassoort en dan zijn de grootste exemplaren te vangen. De val waarin velen trappen is dat er bij aanvang nog weinig grote voorn aanwezig is en dat pinkies of maden op dat moment de meeste (aantallen)vis opleveren. Vervolgens worden casters al vroeg in de wedstrijd afgeschreven en wordt er ook niet frequent meer mee gevoerd. Het is dan ook geen wonder dat er dan met casters weinig wordt gevangen; ze krijgen nagenoeg geen kans. Vertrouwen in deze aassoort speelt hierin vanzelfsprekend ook een rol.

 


 

De enige variatie waaraan ik me waag is de inzet van dubbele casters…

 


 

De visserij in het najaar aan het Havenkanaal te Assen is hiervan een perfect voorbeeld. Als de tempera-tuur ook maar enigszins redelijk is, vis ik op dat kanaal vanaf de eerste tot en met de laatste inzet met een caster. De enige variatie waaraan ik me waag is de inzet van dubbele casters… Net zo eentonig is wat ik daar voer en bijvoer: casters en punt uit. Als je op deze manier vist, zul je misschien niet zoveel stuks vangen als je concullega’s die doorharken met maden en pinkies. Keer op keer blijkt echter dat door het vangen van een groter slag vis de caster uiteindelijk zo goed als onverslaanbaar is. Ik bekijk het in dit geval ook nog van een andere kant. Ik zou op het Havenkanaal liever weinig vangen aan casters, dan dat ik met pinkies zou gaan voeren en vissen. Alleen door stug door te zetten met casters geef je jezelf een kans op de winst, terwijl je met pinkies bij voorbaat al kansloos zult zijn, puur door het formaat van de vis. Met dit voor-beeld wil ik het belang van positieve selectie nogmaals onderstrepen. Als voetnoot bij dit voorbeeld van het Havenkanaal dien ik aan te geven dat enige mate van flexibiliteit vereist is zodra de temperatuur een duikeling maakt. Het grote slag voorn ver-dwijnt dan en hetzelfde is van toepas-sing op de effectiviteit van casters. Standvastig doorzetten met casters is dan moedig, maar niet bepaald verstandig. Ik spreek uit persoonlijke ervaring en over het tegenkomen van enkele leermomenten op het gebied van flexibel denken, zeg ik met een knipoog…

 

GEDULD

FOTO 10
 

De conclusie voor wat betreft voertactiek, wanneer de focus ligt bij het selecteren van een groter slag vis, is wederom simpel. Put vertrouwen uit ervaring, maar zeker ook uit logisch beredeneren. Gebruik de kennis over de voorkeur en het aasgedrag van de grotere exemplaren in de voertactiek en heb geduld. Misschien niet meteen, maar vroeg of laat zal het zijn vruchten afwerpen.

 

VOOR DE HAND LIGGENDE AANPASSINGEN

Het aanpassen van het materiaal zoals haken, lijnen, dobbers en elastiek ligt voor de hand wanneer grotere vissen op het menu staan. Als het haken van grovere vis het doel is of aannemelijk is, zorg er dan ook voor dat deze vissen zonder al te veel risico binnen te halen zijn. Telkens verbaas ik me er weer over hoeveel vis er wordt verspeeld door het gebruik van ultrafijne lijnen en minuscule haken. Als ik moest kiezen tussen het niet haken van een vis of het haken van een vis en deze verspelen, zou ik voor de eerste optie kiezen. Als ik bijvoorbeeld gericht op een brasem vis, is de minimale haakgrootte maat no. 18. Ook wanneer ik op dat moment voor langere tijd geen beet krijg, peins ik er niet over een kleinere haak te gebruiken. Ten eerste geloof ik er helemaal niets van dat je bij brasem überhaupt meer aanbeten krijgt bij het gebruik van een microscopische haak en zoek ik verbeteringen liever in de voermanier. Ten tweede ben ik niet van plan een doorslaggevende vis te haken en vervolgens te verspelen door gebruik van een onzinnig kleine haak of dunne lijn. Daarnaast ligt de onderlijn of een gedeelte daarvan bij deze visserij op de bodem en wat is dan nog meerwaarde van een extreem dunne lijn? Begrijp me niet verkeerd: de meerwaarde van zeer dunne lijnen en kleine haken is bij een visserij met kleine aassoorten op kleine vis evident. Echter is daarvoor geen plaats wanneer de focus ligt bij grove vis.

 

foto 11

De (verlengde) Hoogeveense Vaart in het Drentse Erica behoort tot Peter's favoriete viswateren vanwege de veelzijdige visserij.

 

Uiteraard zijn er grenzen en het belang van een goede aasaanbieding is onverminderd groot, maar wat dat betreft is er veelal geen meerwaarde te vinden in fijnere lijnen en dunnere, minuscule haakjes… Een dunnere lijn zou een natuurlijkere aaspresentatie geven. Dat is echter nog maar de vraag, want een dikkere lijn zinkt langzamer en vertraagt daarbij de val van het aas. Een kleine, zeer dundradige haak? Dit werkt averechts als je de haak in een caster verstopt, de haak beaast met meerdere maden of een stuk worm. De lijst met voorbeelden is aanzienlijk en het punt is duidelijk.


Tot slot tellen op het gebied van aaspresentatie ook de dobberkeuze en loodzetting. Dit kunnen doorslaggevende factoren zijn en die mag je dus niet onderschatten. Zo zijn de grootste voorns vaak het beste te verleiden met het gebruik van de aller lichtste dobbers en delicate loodzettingen. Om deze vissen zo weinig mogelijk weerstand te laten bemerken, is een slanke dobber uitzonderlijk effectief. Grote bliek en brasem daarentegen vragen in de regel om een passieve aasaanbieding en daarmee samenhangend relatief zware dobbers, zodanig uitgelood zodat één of meer-dere loodjes op de bodem rusten. Wees dus bereid om waar gewenst de allerlichtste of juist de zwaarste dobber te gebruiken en alles daar tussenin. De omstandigheden dicteren de juiste keuze en het enige wat er rest, is aanpassing.

 

foto 12

Diverse montages om van techniek te kunnen wisselen.

 

LIVE…

Na deze dosis theorie eindelijk naar de waterkant om deze in praktijk te demonstreren. De (verlengde) Hoogeveense Vaart in Erica leent zich hiervoor perfect. Dit prachtige stuk water behoort tot mijn favorieten vanwege de veelzijdige visserij. Voorn, bliek, kolblei, brasem, zeelt, (zeer grote) winde en baars zijn allemaal sterk vertegenwoordigt en kunnen stuk voor stuk de hoofdrol opeisen. Een winnend net vis bestaat hier vrijwel zonder uitzondering uit een afwisselende mix van soorten die op verschillende manieren benaderd kunnen worden. En je raadt het al: bij wedstrijden is het gemiddeld formaat van de vis doorslaggevend.


Ik besluit vandaag de voerplek te maken op negen meter. Daar is het diepste gedeelte bereikt en ik verwacht dat deze het meest productief zal zijn. De diepte is hier iets minder dan drie meter en elke aanwezige vissoort kan de hoofdrol opeisen. Daarom voer ik niet te selectief met oog op de vissoort, maar wel wat betreft formaat. Bij aanvang cup ik vijf compacte voerballen, bestaande uit Zammataro Bert & Leo Super Voorn met een klein deel zware grond om de samenstelling meer solide te maken. Hieraan voeg ik 250 ml aas toe, evenredig bestaande uit casters, geknipte wormen, grote dode maden en hennep.

 

foto 13

Snel een foto en dan kan een mooi netje vis weer onbeschadigd retour.

 

De eerste van twee montages die ik hier klaarzet bestaat uit een slanke Timm’s De Mulder in 0,8 gram, die ideaal is voor voorn en bliek. De tweede bestaat uit een meer stabiele Timm’s Bert in 1,5 gram voor het geval een passieve aasaanbieding vereist is. Mijn elastiekkeuze bestaat vandaag uit de Dual Core Pro Match van Maver in de 1,25 mm uitvoering. Dit is een holle doch zeer zachte elas-tiek, met fantastische eigenschappen. Een tweede voerplek maak ik op vier meter, waar de bodem nog licht afloopt. Hier verwacht ik de grotere voorns te vangen die vandaag hopelijk ook aan bod komen, maar naar verwachting later in de sessie. Het plan is hier aanvankelijk niet aan te voeren, maar vanaf aanvang met hoge frequentie enkele casters te gooien, gemixt met een klein aandeel geknipte wormen. Hiermee wordt geleidelijk een plek opgebouwd, met een focus op voorn en kans op een verrassing zoals winde. Een zeer slanke dobber in de vorm van een Timm’s Astrid met een gewicht van 0,2 gram en gekoppeld aan een gespreide loodzetting zal het werk moeten doen.

 

UITDAGING

Na het aanvoeren is de vis direct al ter plaatse en zoals ik al had verwacht, zijn het de kleinere voorntjes en kolbleitjes die als eerste in actie zijn gekomen. Zelfs voor grove aassoor-ten als casters en enkele dode maden houden ze vanaf de start de bek niet gesloten. De uitdaging de grotere familieleden te vangen, is begonnen…


Na de vlotte start worden de aanbeten aanzienlijk minder en wil ik niet lang wachten met bijvoeren. Ik gebruik hiervoor balletjes puur voer die ik zo nat heb gemaakt dat ze de consistentie hebben van deeg. Hierin kan ik redelijk wat casters, dode maden en wormen verwerken. Het voordeel van de bijzondere consistentie is dat deze vrijwel geen losse deeltjes laat vrijkomen en slechts zeer langzaam afroomt op de bodem. Hierdoor blijft de vis bij de bodem, lang geïnteresseerd en wordt deze niet overvoerd.

 

foto 14

Zowel casters, dode maden als een stukje worm op de haak worden gretig gepakt.

 

De respons is uitstekend en het for-maat van de vis wordt zienderogen groter. Interessant is dat voorn en bliek elkaar in vlagen afwisselen. Bij het verminderen van de beten cup ik telkens dezelfde mix dat het gewenste effect blijft houden en zo begint het al snel gezellig druk te worden in het leefnet. Zowel casters, dode maden als een stukje worm op de haak worden gretig gepakt. Na anderhalf uur is het tijd de korte lijn te proberen, maar na direct de grootste voorn van de dag te hebben gevangen, volgen er slechts enkele kleinere soortgenoten. Vanwege het aantal vissen dat er op de negen meter lijn is te vangen, wordt de korte lijn pas rendabel als deze zich sterk ver-betert. Ik besluit daarom de hoeveelheid casters die ik blijf bijgooien te verhogen.


Inmiddels is de visserij op de lange stok een rechtlijnig proces gewor-den en blijven de aanbeten continu komen. Met intervals probeer ik de korte lijn regelmatig, maar de voorn geeft niet echt thuis en het formaat is nauwelijks groter dan dat op de negen meter lijn. Desondanks is de visserij een genot en uiteindelijk is het enige minpunt het ontbreken van een echte bonusvis. Het gemiddeld formaat van de vis stemt tot tevredenheid en zelfs de continuerende nevel van motregen mag de pret niet drukken. Het eindresultaat is ruim negen kilo vis van een mooi formaat en ik betwijfel ten zeerste of dat gelukt was door negatief te vissen. Om eerlijk te zijn, ben ik vrij zeker van het antwoord…

 

Fotografie: Mylos Besseling

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.