Kopvoornbal | Blog Leon Haenen

08 januari 2018 | Leon Haenen

Leon Haenen

Liefhebber van beekjes en kleine rivieren

Het gericht vissen op kopvoorn (Leuciscus cephalus) houdt me al bezig sinds ik mijn eerste matchhengel kreeg. Ik was een jaar of 17, toen ik deze ‘kreeg’. In dit geval was er echt sprake van krijgen… alhoewel ik de hengel gevoelsmatig wel verdiend had… Als dank voor een geweldige stageperiode bij de toenmalige hengelsportzaak van den Boorn in Maastricht mocht ik een hengel met werpmolen uitzoeken. We spreken over de jaren 80. Matchengels, swingtips en quivertips waren nog maar net komen overwaaien vanaf de overkant van de Noordzee.

 

Ik was ontzettend blij met dit gulle gebaar en wist binnen 30 seconden wat ik mee naar huis wilde nemen. Het werd een driedelige 13 voet carbon matchhengel van Silstar met een, voor die tijd revolutionaire molen, van het Franse Mitchell. Ik heb deze werpmolen van de 440A match uitvoering nog steeds op het schap liggen. Een van de weinige producten die ik in mijn bezit heb waaraan ik qua vismateriaal emotionele waarde hecht.  De 440A was uitgerust met  een mechanisme waarbij je de beugel licht naar beneden drukt bij het inwerpen. De beugel klapte dan open. Fantastisch spul. Toen…

 

Ik liep in elk geval met mijn set voorop. Apetrots. Als een van de eersten in mijn omgeving verscheen ik met mijn matchgerei aan het water. Ik heb dat matchfishing altijd een fantastische manier van vissen gevonden. 

 

 

Kopvoornbal 1 02

De legendarische Mitchell 440A Match.

 

Terug naar de kopvoorns. In die tijd beviste ik ze met wormen en maden. Ik struinde eenvoudigweg stroken Maasoever af, op zoek naar deze machtige vissen. Ik vond ze vrijwel altijd. Nooit grote aantallen, maar ik ving ze wel. Een heerlijke bezigheid na school of even een paar uur in het weekend. In die tijd viste ik nooit lang. Ik had het te druk met stappen en geld verdienen om dat stappen te kunnen financieren. Voor velen wellicht een herkenbaar scenario. Ik voerde leem met wormen of maden. Ik vulde eenvoudigweg een halve emmer met molshoop. Het werkte echt, nu nog steeds trouwens.

 

In de loop der jaren ben ik de kopvoorn nooit uit het oog verloren. Sterker nog: ik  heb me de afgelopen tien jaar zelfs gespecialiseerd in deze soort. Jullie kunnen van me aannemen dat het een hele lastige visserij kan zijn. Met uitzondering van de dagen dat het kopvoornbal is, maar die zijn in een jaar op de vingers van één hand te tellen. Tijdens die dagen heb ik sessies van 10 tot 15 stuks beleefd. Dat is voor deze soort een serieus aantal vissen en die komen dan ook nooit van één en dezelfde stek. Alhoewel ik er tijdens dat soort unieke dagen altijd van sta te kijken hoeveel kopvoorn op een paar vierkante meter kunnen rondzwemmen. 

 

kopvoornbal deel1 03

Het formaat kopvoorn dat we graag vangen.

 

Voor de kopvoornvisserij moet je licht willen reizen en regelmatig  moeten verkassen. Het is daarbij heel erg nuttig om bijvoorbeeld vier stekken twee keer op een dag te bezoeken. Een kwestie dus van eenvoudigweg na het eerste bezoek even een beetje voeren en later op de dag terug komen. Tegenwoordig ben ik goed voorzien van eerste klas materiaal. Een lichte rovingset van Korum, gecombineerd met een 0.75 LB Xpert stokje en een ultra lichte centrepin maakt het geheel af. 

 

Ik heb voor elke visserij wel een tas ingericht, zo ook voor de gerichte kopvoorn visserij. De inhoud van deze compacte rugzak bestaat enkel uit speciaal gebouwde dobbers voor deze specimenvisserij, een doosje loodhagels en een handjevol scherpe haken in verschillende afmetingen. En voor de rest bestaat de uitrusting natuurlijk uit een compact onthaakmatje en een opvouwbaar schepnet met een steel van 1,5 meter. 

 

 

kopvoornbal deel1 04

Een compacte rugzak, een onthaakmat en een hengel.

 

Tijdens een van de sessies van het afgelopen jaar vielen mijn broer en ik met onze neus in de boter. Ik neem jullie in dit verhaal even mee terug naar de waterkant. 

 

Het is nog aardedonker als de Amerikaanse pick-up van mijn broer voorrijdt om mij en mijn spullen op te pikken. De reis richting het Belgische platteland duurt vandaag iets langer dan normaal. We moeten iets verder sturen om er te komen. Ik heb een vreselijk mooie nieuwe stek gevonden en ik heb zelf gezien heb dat er veel kopvoorn zwemt. Tijdens het rijden leg ik uit:

 

“Toen ik er stond, was de waterstand vrij laag. Als ik het moet inschatten dan denk ik dat er nog een dikke meter water staat, met een serieuze stroming. Ik had de zonnebril uit de auto gehaald en heb mijn boterhammen aan de waterkant opgegeten. Geregeld zag ik een vis aan het oppervlak nippen. Minuscule onderbrekingen van de waterlijn verraden vaak de aanwezigheid van kopvoorn. Omdat de meeste activiteit aan de overkant plaatsvond onder de bomen, ben ik via de brug naar de overzijde van de rivier gelopen en in een boom geklommen. Met mijn nette werkpak aan notabene……gelukkig leest mijn vrouw mijn blogs niet…

 

Terwijl ik als een soort Macguyver in de boom hing zag ik de kopvoorns zwemmen. Een groep van wel zes vissen. Kolossale kopvoorns. Stuk voor stuk halve meter bakken van een paar kilo. In opperste staat van gezondheid. Waarschijnlijk nog nooit gevangen. Ik kreeg het er spontaan warm van.  Prachtig om te zien hoe die dikke witte lippen van de immense bek van deze omnivoor water naar binnen happen. Ik kon er niet genoeg van krijgen en smeedde al leunend in de boom een plan om deze toppers te gaan misleiden. 

 

Terwijl een van mijn benen langzaam in slaap aan het vallen was, klauterde ik als een stijve hark uit de oude boom. Vervolgens 100 meter verder nogmaals gekeken. Weer zag ik een aantal serieuze vissen zwemmen. En dan te bedenken dat ik min of meer bij toeval op de terugweg van Hotel van der Valk in Arlon even tijd had om de bammetjes aan de waterkant te eten. Ik was hier al heel lang niet geweest. De Semois heeft iets magisch, iets wat de andere rivieren in België niet zo hebben, vind ik. En niet meer dan een dik uur sturen vanaf Maastricht. Easy.” 


Kopvoornbal deel1 05

Het decor voor vandaag. Je kunt de kopvoorns bij wijze van spreken ruiken. 

 

Het idee is om vanaf de overzijde van de rivier met een dobber richting de bomen te vissen. Met als aas maden en casters. Heel veel maden en heel veel casters. Omdat ik denk dat we veel driften moeten maken, hebben we vandaag de centrepin thuis gelaten. Een werpmolen is nu net iets praktischer.  We besluiten om de stek eerst even goed te activeren. Met de katapult schieten we wel een kwartier lang met kleine tussenpauzes maden en casters over een strook van een meter of tien breed. We hebben van elk een liter of vier bij ons. We kunnen wel ff vooruit. Het idee is om hier dan een uur te vissen. Dan weer te voeren en direct na het voeren 100 meter te verkassen. Zo gaan we vandaag over de hele strook een stuk of drie stekken opbouwen, die we vervolgens twee keer die dag zullen gaan bezoeken.

 

Na de eerste voerkanonnade drinken m’n broer en ik eerst een bakje koffie. Heerlijk zo met zijn tweeën. Ma zou trots op ons geweest zijn als ze ons zo samen zag, dat weet ik zeker. Even komt ze ter sprake. Met betraande ogen drinken we de kop koffie leeg. Na ruim een jaar blijft dat lastig. 

 

Dan starten we met vissen. Ik sta links, ik ben ook links. Wel zo makkelijk. Mijn eerste worp is strak onder de bomen. Ik houd de lijn zo strak mogelijk. Dat gaat vandaag prima. Iemand heeft de wind uitgezet. Ik haat wind. Mijn dobber heeft nog geen drie meter afgelegd over het aangevoerde parcours, als ‘iets’ mijn dobber uit het zicht laat verdwijnen. Bam! “Dat is nummer een!”, zeg ik tevreden tegen Lambert. Terwijl ik het zeg, zie ik hem ook aanslaan. Net zo’n 30 seconden bezig en allebei de eerste vis van de dag. Dat belooft wat. Een paar minuten later hebben we de eerste twee kopvoorns al in het schepnet liggen. Beiden dikke 50 plussers…net als wij. Ik zeg dat we de vis tien tellen in het schepnet bewaren. Ik voer eerst even een paar handjes maden en casters. Als ik iets geleerd heb de afgelopen jaren, dan is het wel dat het bij dit soort visserijen slim is om direct iets te voeren nadat je net een vis hebt uit gedrild. 


kopvoornbal deel 1 06

Op licht materiaal een fantastische sportvis. 

 

Het snelle succes heeft ervoor gezorgd dat de andere vissen alert zijn geworden. De rust zal eerst even moeten wederkeren. Het duurt dan ook lang voordat we weer een aanbeet krijgen. Drift na drift maken we tegen de bomengrens aan. Alles klopt. Het fijne aan gericht kopvoorn vissen is dat je niet met je montage over de rivierbodem hoeft te driften. Iets boven de bodem vissen is prima. Sterker nog: je kunt ze ook makkelijk op half water aantreffen. 

 

Er gaat een dik uur voorbij, als ik mijn broer hard zie aanslaan. Helemaal aan het eind van de drift haakt hij de derde vis van de dag. Wederom een beauty van een kopvoorn. Rustig drilt hij de vis. Hiermee proberen we te bewerkstelligen dat er zo min mogelijk ‘overlast’ ontstaat op de stek. Ik voer direct een beetje bij. Het lijkt te werken, want nog geen vijf minuten later haak ik mijn tweede kopvoorn. Dit keer helemaal aan het begin van de stek. Zo zie je maar: ze zitten over het hele parcours verdeeld. De vissen verkeren allemaal in een blakende gezondheid. 

 

kopvoornbal deel 1 07

Mijn favoriete set: de Korum Xpert 0.75LB 11 Ft hengel, gecombineerd met een lichte feedermolen.

 

Een half uur later besluiten we te verkassen naar de tweede stek. We voeren eerst een minuut of vijf casters en maden. Gescheiden welteverstaan. Eerst gaat er een lading maden in en dan pas de casters. We willen de maden niet nat hebben en daarom voeren we deze twee gescheiden. Natte maden kunnen gaan zweven en dan loop je het risico dat je targetvissen er eenvoudigweg achteraan gaan zwemmen, weg van de stek. 

 

De tweede stek is minstens zo goed als de eerste. Als extraatje hebben we hier te maken met een enorm plantenbed onder water. En er loopt een prachtige geul tussen de twee grote plantenbedden, waar geen plantje te bespeuren is. Daarin gaan we vissen.  Ook hier is het kopvoornbal geopend. We vangen hier weliswaar ook veel kleine andere vissen, maar dat mag de pret niet drukken. Sterker nog: het is fantastisch om te zien hoeveel soorten hier rondzwemmen. In ras tempo vangen we riviergrondel, serpeling, kopvoorn, sneep, forel, vlagzalm en mini barbelen. Het lijkt wel alsof we hier eerst doorheen moeten vissen. 

 

Op een gegeven moment zijn de kleine vissen spoorloos verdwenen. Dan krijg ik een aanbeet uit het boekje. De dobber wordt schuin onder water getrokken richting de plantenbedden. In een mum van tijd heb ik het halve onderwaterwoud aan de montage hangen. Ik kan de vis niet dusdanig hard sturen dat hij er niet in zwemt. Ik hang zo vast als een huis en krijg de vis niet verlost uit het struikgewas. Ik besluit naar de plek toe te waden en dan de vis te verlossen en… hopelijk alsnog veilig te landen. Na een beetje ploeteren lukt het me de vis uit de struiken te krijgen. Mijn broer heeft inmiddels de hengel ter hand genomen en drilt de kopvoorn. Wederom een heerlijk bak in de fleur van haar leven.

 

kopvoornbal deel1 08

Ook mijn broer weet zijn vissen vandaag wel te vangen. 

 

De derde stek is weer heel anders. Geen planten, maar een strakke stroming hier en een kiezelbed uit het boekje. Zeker weten dat hier ook barbeel zwemt. Hier vangen we vijf asociale kopvoorns binnen een uur. In totaal weten we er die dag 17 te vangen. Het grappige is dat we een veelvoud ervan aan aanbeten hebben gemist. Op de terugweg naar Maastricht vragen we ons af of dat allemaal kopvoorn is geweest. Uit ervaring weet ik dat kopvoorn heel voorzichtig kan zijn, maar die ervaring heb ik met de madenvisserij op kopvoorn totaal niet. Het definitieve antwoord op deze vraag kan ik nu nog niet geven. 

 

Afgelopen jaar heb ik erg veel kopvoorn gevangen. In de zes sessies die ik er, samen met mijn broer, gericht op heb gevist, kwamen er ruim 100 kopvoorns op de mat. Wat dat betreft was 2017 een vreselijk goed jaar. Het komende jaar gaan we dit weer doen. Ik ben op zoek naar de magische grens van 60 cm. Die zwemmen hier. Bakken van 3 kilo plus. Ik heb ze al fysiek waargenomen.

 

Kopvoornbal deel 1 09

Voorbeeld van een echte zes ponds vis, in dit geval gevangen door Tim.

 

Ik heb zelf ooit slechts één vis van 60 cm plus gevangen. De specimenvissen zijn sluwe broeders, die zich niet zo snel laten misleiden. In 2018 gaan we de techniek verfijnen. Lichter, fijner, gedetailleerder zijn daarbij mijn drie belangrijkste steekwoorden. Dit soort visserij draait weliswaar om eenvoud, maar wel om gedetailleerde eenvoud. De kleur van de dobber, de kleur van de lijn, fluorocarbon,  het lood, alles telt mee. In een rivier gevuld met aquariumwater is elke onnatuurlijkheid meteen ook een obstakel, een drempel die eraan kan bijdragen dat je je targetvis niet kunt verleiden. 

 

Ook dit jaar houd ik jullie op de hoogte van mijn visserij op de beken en rivieren. En geloof me: de specimen kopvoorn staat daarbij heel hoog op het verlanglijstje… 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.