Bovenin vissen? | Oude Doos

04 oktober 2017 | Michiel de Kroon

Bovenin vissen…? Jazeker. En dan niet zozeer in competitieverband, maar gewoon de waterlaag waarin je je aas aanbiedt. Het vissen in de bovenste waterlagen houdt zoveel meer in dan simpel je dobber naar beneden schuiven en je aas in de bovenste waterlagen presenteren. Hoe vaak gebeurt het niet als je op de bodem vist dat je dobber ondergaat en je vervolgens letterlijk een gat in de lucht slaat. Michiel de Kroon vertelt…

 

Dit artikel verscheen eerder in Witvis Totaal magazine no.87.

Meer weten over een abonnement? Klik hier.

 

Je dobber schiet onder en je slaat een gat in de lucht! Vaak gebeurt dit net nadat je hebt gevoerd; de vissen komen op het voer af. Waarna ze vervolgens door je lijn zwemmen en je storende indicaties krijgt op je dobber. Wat nu? Meer voeren, stoppen met voeren of je dobber omhoog schuiven? In deze bijdrage mijn visie hierover. De hier beschreven manier van vissen is in diverse soorten visserijen toe te passen. Of het nu op je lokale visput is, aan een vaart of commercial vijver, het draait om de techniek en de gedachte hierachter.

 

bovenin vissen 02

Het op zoek gaan naar de juiste waterlaag is essentieel.

 

Actief of passief?

Het water is inmiddels alweer goed opgewarmd. De vissen zijn weer actief op zoek naar voedsel. Ze zijn immers koudbloedig en reageren direct op de kleinste temperatuurverschillen; ze zoeken de waterlaag op waar ze zich het prettigst in voelen. Als het in een bepaalde waterlaag een halve graad warmer is, kan dit voor de vissen al genoeg zijn om zich hier de hele dag te blijven ophouden. En wat gebeurt er dan als we juist in die waterlaag ons haakaas kunnen presenteren? Dat belooft een goede visdag te worden, toch? Het klinkt erg simpel allemaal en dat is het ook. Je moet alleen deze waterlaag nog zien te vinden…


bovenin vissen 04 05

Op zoek gaan naar de vis is beter dan wachten totdat ze naar je toe komen.


Regelmatig zie ik vissers, die aangekomen op hun visstek hun spullen uitpakken, de vaste stok in de steun leggen en vervolgens een stuk of 10 ballen met voer boven op hun dobber gooien. Kennelijk verwachten ze vervolgens dat de vis simpelweg wel naar hun voerstek toe zal komen. “Het is immers toch lokaas?” Er zijn zeker dagen waarop dit werkt, maar geloof me: negen van de 10 keer is het beter om de vis te zoeken. Het is daarbij belangrijk om goed na te denken over de hoeveelheid voer die je wilt gaan brengen en de stek geleidelijk op te bouwen. Al het voer dat we in het water hebben gegooid, kunnen we er immers niet meer uit halen! Let ook is op je stekkeuze, want waar je gaat zitten, is vaak minstens zo belangrijk. Staat de wind al de hele week uit zelfde hoek en is al het warme oppervlaktewater deze kant op gestuwd. Of stond er een koude wind en heeft de vis juist de luwte opgezocht? Dit zijn allemaal belangrijke factoren voor wel of geen goede vangsten op onze visdag.

 

 



Al het voer dat we in het water hebben gegooid, kunnen we er immers niet meer uit halen!

 


 

 

Stap voor stap...

Eenmaal aan het water aangekomen, zetten we de spullen op een nette manier op. Plaats bijvoorbeeld je rollers in een lijn, zodat je goed kunt afsteken. Probeer iedere keer je spullen op dezelfde manier op te zetten, zodat je alles steeds weer eenvoudig weet te vinden. Dit creëert rust en voorkomt dat er spullen breken of beschadigen. Als de spullen zijn opgebouwd, begin je met het peilen van het ‘diepste tuig’ waarmee je het aas op de bodem kunt presenteren. Het is heel belangrijk om dit nauwkeurig te doen en neem hier dan ook de tijd voor. Nadat ik dit heb gedaan, stop ik de haak in de onderzijde van de topset en markeer ik de diepte van de dobber met een streep Tipex op de topset . Dit spul is na de sessie makkelijk te verwijderen van de hengel; je kunt het er zo vanaf krabben met je nagel. In de nu te beschrijven situatie ga ik er vanuit dat het zo’n 1,5 meter diep is. Als standaard houd ik een interval van 50 cm aan om de lengte van de opslag te beperken. Dit is het stuk tuig wat over blijft tussen je top van je hengel en je dobber. Hoe korter dit stuk is hoe sneller we zijn met het aanslaan bij een aanbeet. Dat houdt dus in dat je in deze situatie drie topsets nodig hebt:

 

  • 1e topset: 0 t/m 50 cm diep
  • 2e topset: 50 t/m 100 cm diep
  • 3e topset: 100 t/m 150 cm diep (bodemtuig)

 

Tip

Zorg ervoor dat je cupset exact dezelfde lengte heeft als je topsets. Op deze manier voer je op exact dezelfde plek als waar je het haakaas gaat aanbieden.

 

bovenin vissen 05

 

Voertechniek

Uiteindelijk is wat mij betreft de voertechniek dé sleutel tot succes op iedere visdag. Wat wil de vis eten en hoeveel? Bij de start van een vissessie, gebruik ik altijd een cupset om te voeren. Dit is namelijk de nauwkeurigste manier om het voer steeds weer op dezelfde plek te krijgen als waar je het haakaas wilt gaan aanbieden.
Op het moment dat ik voer ga brengen bij de aanvang van de vissessie, ben ik altijd voorzichtig met het brengen particles. Dit is immers bij uitstek het voer dat de vis snel verzadigt. Nadat het voer met de cupset is gebracht, begin je met het diepste tuig te vissen en dan eerst maar eens afwachten wat er gaat gebeuren. Er zijn natuurlijk verschillende scenario’s te bedenken.

 

bovenin vissen 6 en 7

Met deze drie topsets kun je in deze situatie alle waterlagen bevissen.

Ik ga als volgt te werk: stel ik zit te vissen en ik vang op de bodem goed vis. Op het moment dat ik goed vang, heb ik vanzelfsprekend nog geen reden om iets te veranderen. Na enige tijd zullen de aanbeten echter terug beginnen te lopen. Dan voer ik vervolgens alleen met de cupset bij, zodat het voer weer zo snel mogelijk naar de bodem toe gaat en de vis op deze plek zal blijven azen. Pas op het moment dat ik wel indicaties van vis op de dobber zie, maar op de bodem geen aanbeten krijg, dan schiet ik voorzichtig wat voer op de plek. Dit kan met de katapult of werppijp. Waarschijnlijk bevindt de vis zich in een andere waterlaag en pakt deze het voer tijdens het afzinken naar de bodem. Dan pak ik de middelste topset om te kijken of de vissen in deze waterlaag aan het azen zijn. Geef dit niet te snel op blijf regelmatig wat voer schieten, zodat de vissen geïnteresseerd blijven en blijf vooral ook actief vissen.

 

 



Blijf regelmatig wat voer schieten, zodat de vissen geïnteresseerd blijven en blijf vooral ook actief vissen

 


 

 

Het voer dat je bij schiet, valt ook richting bodem en probeer dit dan ook na te bootsen met je haakaas. Als je haakaas ergens tussen water en wind maar stil blijft hangen, dan zal dit geheid niet erg veel vis opleveren. Mocht ik op deze diepte nog steeds alleen maar indicaties krijgen, dan pak ik vervolgens de ondiepste topset. Op deze manier werk ik alle waterlagen af van diep naar ondiep. De reden dat ik van beneden naar boven vis, wordt nu wellicht duidelijk. Met deze methode kunnen we als het ware lezen wat er zich onder water allemaal afspeelt. De vissen verraden zichzelf op het moment dat ze door de lijn heen zwemmen.

 

bovenin vissen 08

Laat de manier van voeren afhangen van het aantal aanbeten dat je krijgt.


Probeer om met regelmaat te blijven voeren. De truc is om zoveel te voeren dat de vissen geïnteresseerd blijven en zo weinig dat ze niet vol gaat zitten. Als de vis zich in de bovenste waterlagen bevindt, begin ik als volgt met voeren. Eerst door iedere minuut wat voer te schieten. En dan beslist geen volle handen tegelijk, maar bijvoorbeeld een stuk of vijf casters of pellets per keer, afhankelijk van de te vangen vissoort. Laat de manier van voeren afhangen van de hoeveelheid aanbeten die je krijgt. Iedere dag is anders en probeer hier dus op in te spelen. Je kunt bijvoorbeeld ook constant iedere 20 seconden twee casters of pellets schieten. De mogelijkheden zijn op deze manier onbeperkt. Lopen de aanbeten terug, dan doe je iets niet goed…. Krijg je juist meer aanbeten, dan ben je kennelijk op de juiste weg. Laat de vis je de weg wijzen.

 

bovenin vissen 09

Je bent er niet alleen met het voorhanden hebben van een topvoertje, Hoé je dat inzet, is alles bepalend!

 

Natuurlijke aaspresentatie

In de ideale wereld valt het haakaas op precies dezelfde manier door het water als het losse voer dat je brengt. Om dat zo goed mogelijk te benaderen is de loodzetting en het type dobber dat je gebruikt van groot belang. Sinds een jaar of twee vis ik in 90% van mijn vistijd met dobbers die zijn voorzien van een metalen onderantenne. Voor mij zitten er namelijk meer voor- dan nadelen aan dit type dobber. Door het wat grotere gewicht van deze onderantenne gaat de dobber sneller staan en dat is erg belangrijk, want zo zie je sneller of er al een aanbeet komt tijdens het afzinken van het haakaas. Tevens staat de dobber door het gewicht van de metalen onderantenne stabieler in het water. Stroming en wind hebben een stuk minder vat op deze dobbers en dat is beslist een voordeel, aangezien het nogal eens waait in ons land.

 

 


 

In de ideale wereld valt het haakaas op precies dezelfde manier door het water als het losse voer dat je brengt

 


 


Nu we het over de onderantenne hebben schiet me ineens nog iets te binnen, namelijk de bovenantenne. Deze is minstens net zo belangrijk. Omdat we niet op de bodem vissen, zal het gewicht van het haakaas invloed gaan hebben op het gedrag van de dobber. Bij gebruik van zwaarder haakaas zou je een loodje van de lijn kunnen halen om dit verschil op te heffen. Persoonlijk vind ik het makkelijk om dit verschil op te vangen door een dobber met een holle bovenantenne te gebruiken. Die hebben meer drijfvermogen. Voor haakaas t/m 4 mm gebruik ik een 1,5 mm holle antenne en voor groter haakaas een 2,0 mm holle antenne.

 

Loodzetting

De loodhagels verdeel ik als volgt op de hoofdlijn:
20 cm vanaf de haak plaats ik de eerste loodhagel en vervolgens verdeel ik ze met 5 cm tussenruimte naar de dobber toe. Nu vallen eerst alle loodjes door het water waarna de dobber goed in het water zal gaan staan. Vervolgens zal de laatste 20 cm zonder invloed van het lood door het water naar beneden zakken. Op deze manier valt het haakaas de laatste 20 cm zo natuurlijk mogelijk door het water.

 

Slimme vissen

Nu zitten we lekker te vissen en vangen regelmatig een vis op een bepaalde diepte. Vaak loont het de moeite om dan het diepere tuig eens te proberen. De slimme en meestal grotere vissen gaan namelijk vaak lekker onder de andere vissen liggen. En eten op deze manier alle restanten voer op zonder gevangen te worden. Denk ook eens na op welke wijze je het vistuig in het water legt. Houd bijvoorbeeld je dobber eens pakweg 30 cm boven het water totdat het hele tuig hier gestrekt onder hangt en laat het geheel vervolgens langzaam zakken. Of leg het tuig eens gestrekt naar links, rechts of voor de hengel uit in. Soms leveren de gekste dingen weer een aantal vissen op. Als je iets bedenkt, probeer het dan gewoon en kijk wat er gebeurt. Zo ontdek je vroeger of later de op die dag in die omstandigheden juiste aanpak.

 

bovenin vissen 10

De grotere vissen zijn vaak uiterst slim...


 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.