Backstage bij... Ben van Ek | Oude Doos

08 november 2017 | JanWillem Nijkamp

Het kanaal heeft sinds jaar en dag een grote aantrekkingskracht op vissers. Is de visserij er echter ook nog steeds hetzelfde als een decennium geleden? Visstanden veranderen, de scheepvaart wordt steeds intensiever en ook de materialen en technieken zijn aanzienlijk verder ontwikkeld. Op een natte en koude dag in het vroege voorjaar hebben we afgesproken met Ben van Ek aan het Amsterdam-Rijnkanaal bij Maarssen voor een update over tactiek en strategie.

Het was tijdens onze sessie ronduit onaangenaam koud aan het Amsterdam Rijnkanaal.

 

Dit artikel verscheen eerder in Witvis Totaal magazine no.85.

Meer weten over een abonnement? Klik hier.

 

Het Amsterdam-Rijnkanaal

Het Amsterdam-Rijnkanaal in de regio Utrecht was tot een aantal jaren geleden één van de topwateren voor de wedstrijdvisserij. Vooral het traject Maarssen – Loenersloot stond er om bekend dat er strak tegen de overkant vissend veel gevangen kon worden. Dan praat je echter al gauw over afstanden van tussen de 85 en 95 meter die dan overbrugd moesten worden. Heavy feederhengels en zware speedkorven behoorden da nook tot de standaarduitrusting.


Het mooie aan dit kanaal is het feit dat de visserij er nergens hetzelfde is. Bij Diemen bijvoorbeeld, wordt hoofdzakelijk op korte tot zeer korte afstanden gevist, in de regio Utrecht is het heel divers en bij Tiel is de visserij  in zijn geheel niet te vergelijken met de twee eerder genoemde parcoursen. En dat allemaal op één en hetzelfde kanaal!

 

International

Ben van Ek is woonachtig in Houten en bijna letterlijk opgegroeid aan de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal. De laatste jaren heeft Ben zich succesvol toegelegd op het feedervissen. Dit heeft geresulteerd in een uitverkiezing voor het nationale feederteam dat, later dit jaar, op medaillejacht gaat in Servië.
Wij legden deze ervaren wedstrijdvisser een aantal vragen voor.

Wat trekt jou zo aan in de visserij op dit druk bevaren kanaal, dat door velen wordt aangemerkt al seen ‘klotsbak’?
Het vissen op kanalen heeft mij altijd getrokken. Mede door de scheepvaart blijft de vis min of meer actief waardoor je altijd kansen houdt op het vangen van vis. De visserij is vaak ook een tactisch spelletje. Naast het kiezen van de juiste visafstand, is het ook belangrijk om je stek op de juiste manier op te bouwen. Geduld is eveneens een belangrijk aspect, want het kan op dergelijk groot water heel goed zijn dat er tijdens het eerste uur helemaal niets gebeurt. Zorgvuldig een voerstek opbouwen, gaat dan uiteindelijk toch zijn vruchten afwerpen. Het laatste uur van een wedstrijd is vaak doorslaggevend.

 

Backstage bij Ben van Ek

De visserij op het grote, open Amsterdam RIjnkanaal is vaak ook een tactisch spelletje en als international leer je daarvan.


Is er de laatste jaren veel veranderd?
Dat is zeker. In het verleden waren vangsten van 20 kilo per persoon nodig voor een goede uitslag. Dat is de laatste jaren helaas niet meer zo, al blijft de visserij interessant. Bij Maarssen en Loenersloot werden de wedstrijden eertijds voornamelijk beslist door ‘tegen de plank’ te vissen. Bij Loenersloot is dat nog steeds een goede tactiek, maar er wordt ook vaak goed gevangen op afstanden rond de 20 meter. Op het stuk bij Maarssen lijkt niets meer het zelfde als toentertijd. Tegen de overkant wordt nauwelijks nog vis gevangen. De reden waarom blijft vooralsnog een raadsel. De beste afstanden om te vissen liggen tegenwoordig tussen de 25 en 35 meter, met een tweede goede lijn tussen de 65 en 70 meter. Beide lijnen liggen dus ruim uit de oever, maar wel buiten het drukst bevaren deel van het kanaal.

 

Backstage bij Ben van Ek 03

Na een voorzichtige opbouw is het laatste uur van een wedstrijd vaak doorslaggevend.


Wat voor visserij kun je verwachten?
De visserij in deze regio van het Amsterdam-Rijnkanaal richt zich eigenlijk geheel op bliek en brasem met de feeder. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tiel, waar ook periodes in het jaar voorkomen dat juist grote blankvoorns doorslaggevend kunnen zijn. Je kunt vissen verwachten van 500 gram, maar er worden ook regelmatig platten van twee kilo gevangen. Wormen spelen een redelijk grote rol, zowel aan de haak als in het voer. Ik waak er echter voor om te voortvarend van start te gaan. Mijn motto zal altijd blijven: wat je er in hebt gegooid, kun je er niet meer uithalen. Zeker wanneer de vissen niet zo goed azen, is het dodelijk om te veel (wormen) te voeren.

 

Backstage bij Ben van Ek

Vooral bliek en brasem zijn de targetvissen.

 

Hoe begin jij dan aan een wedstrijd?
Zoals gezegd ben ik voorzichtig met het brengen van geknipte wormen. Eigenlijk begin ik daar pas mee wanneer blijkt dat de vis goed wil azen. Tot die tijd gebruik ik voornamelijk casters, dode maden en pinkies. Op de haak start ik vrijwel altijd met een cocktail van enkele maden en pinkies. Ik heb het volste vertrouwen in dit aas. Komt er gaandeweg meer vis op je stek en willen deze ook azen op wormen, dan kan dat een signaal zijn om ook wormen door je voer te mengen. Uiteindelijk zijn wormen wel een goed aas om je selectief op grote vissen te richten. Deze strategie sluit denk ik goed aan op het feit dat de dikste vissen vaak pas later in een sessie op je stek arriveren.

 

Tot zover enige antwoorden van Ben op onze prangende vragen. Graag nemen we nu een kijkje over zijn schouder terwijl hij daadwerkelijk aan het vissen is.

 

Backstage bij Ben van Ek 04

Ben is in het begin van de sessie voorzichtig met het gebruik van wormen.

 

De aanpak van Ben

Hier volgen enkele tips van Ben ten aanzien van belangrijke onderdelen van zijn aanpak.

 

Free running

De meest gebruikte systemen voor het monteren van een voerkorf zijn de bekende zijlijn en de gesloten lus. Het valt daarom extra op dat Ben uitsluitend vist met een vrij over de hoofdlijn schuivende montage. De reden hiervoor is het feit dat er bij internationale wedstrijden alleen maar met zogenaamde free running systemen gevist mag worden. Het gebruik van deze visvriendelijke systemen is reglementair vastgelegd. Aangezien Ben al enkele jaren internationaal vissend actief is, wil hij zoveel mogelijk ervaring opdoen met het vissen met deze verplichte montages. De beetregistratie is vaak net even anders dan bij zogenaamde vaste montages. Vissen haken zichzelf nu eenmaal minder snel bij gebruik van schuivende systemen, in ieder geval minder dan dat bij vaste montages (bolt rigs) het geval is.

 

Backstage bij Ben van Ek 6

Bens favoriete voer heeft zowel een kenmerkende oranje kleur als een prima structuur.

 

Montage

Het experimenteren met diverse montages heeft uiteindelijk geleid tot een in Ben's ogen ideale montage. Uitgaande van een gevlochten hoofdlijn, gebruikt hij getaperde nylon voorslagen. Deze zijn bij de knoop met de hoofdlijn circa 18/00 dik en lopen geleidelijk op tot 30/00 op een lengte van 15 meter. De eerste vier meter knipt Ben echter af, zodat er een voorslag van rond de 11 meter lang overblijft. Het voordeel van deze vloeiend van dun naar dik oplopende voorslagen is dat de verbindingsknoop met de hoofdlijn relatief klein blijft, terwijl het laatste deel erg sterk is waardoor je ongeremd kracht kunt zetten bij het werpen. Onder het stuitje waarop de korf rust, wordt een stukje lijn in elkaar getwist waardoor een stug gedeelte ontstaat dat als het ware als afhouder fungeert. Dit voorkomt het in de war gooien van de montage. Het stuitje bestaat uit een zogenaamde float-stop, met daarboven een extra schuivend kraaltje. Dit kraaltje voorkomt dat de wartel waaraan de korf hangt over de rubber stopper schiet.

 

Backstage bij Ben van Ek 08

Het gebruik van visvriendelijke vrij schuivende systemen is in international Wedstrijden reglementair vastgelegd.

 

Eenvoud

Zoals de hier beschreven montage vrij van poespas is, gelooft Ben sowieso niet in ingewikkelde of moeilijke zaken en samenstellingen wanneer het om vissen gaat. “Keep things simple” is zijn motto. Fris en vers zijn wél kenmerken waaraan hij groot belang hecht en dat geldt zowel voor het aas als het voer dat hij gebruikt.
Zijn eigen voersamenstelling ziet er als volgt uit:

➜ 3 delen paneermeel oranje
➜ 1 deel maïsmeel
➜1 deel stroopwafelmeel
➜ 1 deel epiciene
➜ 1 deel venkel

 

 



“Keep things simple” is zijn motto...

 




Het oranje gekleurde paneermeel wordt gebruikt door onder andere slagers die er vlees of kroketten mee paneren. In dit bestanddeel heeft Ben een grenzeloos vertrouwen en het geeft het voer zowel de kenmerkende kleur als een prima structuur. Deze samenstelling wordt gebruikt bij iedere vorm van feedervissen en het maakt voor Ben geen verschil of het daarbij om stromend of stilstaand water gaat.

 

Backstage bij Ben van Ek 09

De weergoden waren ons niet gunstig gezind.

 

Sessie

Op de dag dat we hadden afgesproken om te vissen, waren de weergoden ons niet gunstig gezind. Regen en natte sneeuw zorgden ervoor dat de visdag tot slechts enkele uurtjes beperkt bleef. Toch wist Ben in die relatief korte tijd een mooi netje vis bij elkaar te vangen. De stek waar we hebben gevist, ligt dicht bij de uitmonding op het kanaal van achterliggende slootjes. Dit soort stekken die de eentonigheid van de beschoeide kanaaloevers onderbreken, hebben toch altijd een bepaalde aantrekkingskracht op vissen. Het ligt dan ook voor de hand dat je op zulke stekken niet heel ver uit de oever hoeft te vissen. Ben kiest voor deze visserij dan ook voor een lichte 11-voets feederhengel met een uiterst lichte top.


De eerste twee uur vangt Ben voornamelijk kleinere brasems op enkele maden of een klein piertje. Wanneer er dan steeds meer vis op de stek lijkt te komen, start hij –zoals eerder beschreven- met het brengen van geknipte wormen. In het laatste uurtje weet Ben een paar dikke bonusvissen te vangen op een trosje wormen. Het met beleid opbouwen van de voerstek resulteert uiteindelijk in een net vis, waarmee je wedstrijden winnend kunt afsluiten. 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.