Dutch Masterclass | Oude Doos

27 september 2017 | Redactie

Om het nieuwe seizoen goed te beginnen, hebben we een speciale Dutch Masterclass samengesteld. Naast enkele vertrouwde gezichten, zijn ook diverse nieuwe, maar eveneens zeer ervaren vissers bereid gevonden om praktische tips en tricks met jullie te de delen. Zo hebben we in deze editie Jeroen Gruijs, JanWillem Nijkamp, barbeelspecialist Cees van Dongen en de internationals Jurgen Spierings, Ramon Ansing, Ben van Ek en Arnout van de Stadt weten te strikken om ieder twee vragen te beantwoorden.

 

Dit artikel verscheen eerder in Witvis Totaal magazine no. 84
Meer weten over een abonnement? klik hier

 

jeroen gruijs

Dutch Masterclass 37

 

Wat is jouw Top 3 van viswateren voor het voorjaar?

Aangezien ik in het waterrijke Noord-Holland woon, heb ik de wateren redelijk voor het uitkiezen. In het voorjaar heb je plekken waar zich veel vis gaat verzamelen. Daar is het dan natuurlijk leuk vissen. De wateren die er voor mij uitspringen zijn de Nauernasche Vaart, het Noord-Hollandskanaal en vooral ook de Amstel. Er monden veel wateren uit op die Amstel en gezien de niet te grote diepte vormt dit water een zeer geschikte plaats die snel opwarmt en waar zich graag veel vis in het voorjaar ophoudt.

Zitten de grote vissen ook op half water in het voorjaar?

Zeker. Het feit dat vissen zich graag op half water ophouden, heeft vooral te maken met de watertemperatuur en waarschijnlijk ook met de zuurstofgehaltes in bepaalde waterlagen. Het formaat van de vissen speelt daarbij niet zo zeer een rol. Een koude wind die langere tijd uit een bepaalde hoek tegen de oever waait, veroorzaakt via de keerstroom een koude waterlaag. De temperatuur hoeft slechts één of twee graden te verschillen, maar dat maakt voor vissen een groot verschil. Zonnestralen die op helder water schijnen, kunnen ook nog eens verschillen in zuurstofgehalte veroorzaken, omdat de overgebleven groene planten dan weer zuurstof gaan produceren. Zo zijn er diverse redenen waarom vissen zich graag in hogere waterlagen kunnen en willen ophouden.

 

Dutch Masterclass 37
 

JanWillem Nijkamp

Dutch Masterclass 37

 

Hoe belangrijk is peilen bij het ­feedervissen? En hoe doe je dat?

Goed peilen is altijd belangrijk, bij elke discipline van het vissen. Bijna allesbepalend zou ik zeggen. Ik breng een stek voor mezelf als volgt in kaart. Je clipt de lijn achter de lijnclip van de molen vast op een korte afstand, en telt de seconden die het duurt voordat de korf de grond raakt. Nu verleng je de lijn vier-vijf meter en tel je opnieuw. Dit herhaal ik net zo lang tot ik de maximale visafstand heb bereikt. Door steeds goed te tellen, krijg je een goed beeld van het diepteverloop. Op die manier kun je uiteindelijk net achter dat ene taludje vissen waar de vissen zich graag ophouden.

 

Wat zijn goede diameters om voorslagen te knopen voor het feederen?

Lichte hengels hebben in de regel kleinere oogjes op de toppen. Een wat dunnere voorslag geeft dan logischerwijs een wat kleinere knoop. Hou er wel rekening mee dat een te dunne lijn sneller in de war raakt. Voor afstanden tot circa 50 meter volstaat 23/00. Opvolgend is voor mij 26/00, daarmee kan ik gerust tot 75 meter uit de kant vissen. Een en ander heeft ook te maken met werptechniek. Met een pendulumworp heb je minder kracht nodig dan bij het werpen vanuit stilstand. Daarbij heeft een ruime slag tussen top en korf mijn voorkeur. Op die manier kun je de hengel het werk laten doen met een relatief rustige aanzet. Deze techniek zorgt voor een zo klein mogelijke belasting voor je lijn. Door de rustige beweging slaat de lijn ook niet zo snel om de top van je hengel. Niks is zo vervelend als kapotte feedertoppen door te hard gooien.

 

Dutch Masterclass 37

 

Ben van Ek

Dutch Masterclass 37

 

Is het voorjaar de juiste tijd om flink te voeren met bijvoorbeeld geknipte wormen?

Persoonlijk ben ik eigenlijk helemaal geen voorstander van het ongelimiteerd inzetten van geknipte wormen. Integendeel zelfs! Mijn voorkeur gaat eerder uit naar een aanpak met casters en dode maden. De ervaring leert dat een overdaad aan wormen je stek ook om zeep kan helpen. Ik probeer liever de stek met beleid op te bouwen. Mijn aanpak is een beetje gebaseerd op de Engelse school. Ik vis ook graag met enkele dode maden op de haak. Dit is een prima aas om dikke vissen mee te vangen. Op bijvoorbeeld de Amstel werkt de aanpak met casters en dode maden erg goed.
Uitzondering is onder andere het Ketelmeer. Om de gemiddeld grote vissen hier aan te trekken en op de stek te houden, is een goed gedekte tafel nodig. In die gevallen werkt het wel goed om veel wormen te voeren. Zo zal uiteindelijk ieder water zijn eigen optimale aanpak hebben.

Wat is jouw Top 3 van voorjaars­wateren?

Het voorjaar is de tijd dat vissen, en dan met name brasem, zich gaat verzamelen op plekken waar ze uiteindelijk ook zullen gaan paaien. Het mooiste water om te vissen, vind ik de Amstel. Daarnaast is het Voorns Kanaal ook interessant, aangezien grote scholen brasem vanaf het Haringvliet dit bijzondere water optrekken om daar te paaien. Een derde optie is het Ketelmeer. Wanneer de vissen hier goed azen, kun je echt een enorme hoeveelheid vis bij elkaar vangen, vooral ook erg grote vissen.

 

Dutch Masterclass 37

 

Ramon Ansing


Dutch Masterclass 37

 

Maak jij veel gebruik van vismeelvoer en pellets bij het vissen op natuurlijk water?

Vismeel gebruik ik de laatste jaren steeds vaker op natuurlijke wateren, maar dan wel enkel en alleen bij het vissen met de feeder. Het gebruik van vismeel bij het vissen met de vaste hengel heeft mij nog niet echt overtuigd. Het voordeel van een op vismeel gebaseerd voer, dit kan natuurlijk ook een bepaald percentage zijn, is dat het selectiever werkt voor grotere vis. Ook is het zo dat wanneer de vis eenmaal gearriveerd is en ook daadwerkelijk goed aast, ze langer blijft hangen op het op vismeel gebaseerd voer dan op normaal zoet voer. Pellets kunnen volgens mij nooit kwaad bij het vissen. Het grotere voordeel van pellets is dat je ze tijdens het vissen nog kunt toevoegen aan je voer. Wanneer de vis hier dan positief op reageert, kun je de hoeveelheid heel makkelijk opvoeren en heb je een ware killer om de vis op je plek actief te houden. Heb je het idee dat de vis juist stopt met azen, dan laat je ze heel gemakkelijk weer achterwege. Houd de pellets dus altijd apart van je voer. Trouwens: pellets zijn ook prima te combineren met gewoon zoet voer!

Hoe maak je maden het beste dood? Wanneer kies je voor het gebruik van dode maden in het voer?


Maden maak je het beste dood door deze eerst te zeven zodat ze ontdaan zijn van zaagsel en vellen. Vervolgens doe je ze in een ruime bak en zet je ze ongeveer een centimeter onder koud water. Daarna voeg je, al roerend, kokend water toe totdat het water te warm wordt om te roeren. De maden zullen nog even heel snel bewegen, maar uiteindelijk doodgaan en mooi lang worden en goed van kleur blijven. Wanneer ze spierwit van kleur worden, zijn ze te warm geworden en worden ze taai als rubber. Doordat het water langzaam op temperatuur komt, verbranden de maden niet en blijven ze mooi zacht.
Dode maden hebben diverse voordelen. Zo kruipen ze niet weg in de bodem en breken ze een voerbal niet open. Op wateren waar veel kolblei, bliek en brasem zwemt, zijn dode maden een super aas om mee te voeren. Je kunt vissen uren aan de praat houden met enkel en alleen dode maden in je voer.
Tip: dode maden zijn ook een uitstekend aas voor op de haak!

 

Dutch Masterclass 37

 

Arnout van de Stadt


Dutch Masterclass 37

 

Wat verwacht jij als deelnemer van het komende WK Feeder?
Wie zijn de kanshebbers?



Het toernooi wordt gevist in Servië op een zijkanaal van de Donau. De ons bekende berichten zijn dat er daar een goede visstand is, met vooral grote aantallen relatief kleine vissen, zoals bliekjes, vimba’s en wellicht ook carassio’s. De waterstand schommelt mee met die van de Donau en kan van invloed zijn op de aanwezige vissen. De visserij zal dus waarschijnlijk actief en technisch zijn. Gezien de uitslagen van het WK in Ierland in 2014, toen er ook veel kleine vis gevangen moest worden, verwacht ik dat Engeland en Ierland de grootste kanshebbers zijn. Hongarije en Servië staan ook hun mannetje bij dit soort wedstrijden. Met onze ploeg willen we in principe altijd voor een podiumplaats gaan. Dit gaat zeker niet eenvoudig worden, maar het hoort wel degelijk tot de mogelijkheden. We horen dus bij de outsiders.

Gaat jouw voorkeur uit naar glas- of carbontoppen op de feeder?


Glastoppen gebruik ik feitelijk alleen bij het vissen met de methodfeeder. De harde aanbeten van onder andere karpers worden goed opgevangen door toppen gemaakt van glasvezels. Mijn voorkeur gaat verder uit naar dunne carbontips. Tegenwoordig zijn er goede en gevoelige carbontips te verkrijgen en deze registreren de beten beslist scherper. Glas is een relatief zwaar materiaal en dat heeft invloed op de actie van de hengel en maakt deze al vlug minder strak, waardoor de werpeigenschappen negatief beïnvloed kunnen worden. De lichtere carbontoppen sluiten beter aan op de actie van de hengel. Met een strakke hengel en bijpassende tip kun je aanzienlijk sneller en efficiënter reageren op kleine aanbeten.

 

Dutch Masterclass 37

 

Jurgen Spierings

Dutch Masterclass 37

 


Wat is in jouw ogen het beste water om in het voorjaar te vissen met de vaste stok?


Mijn voorkeur gaat uit naar het Voorns Kanaal. Hier zijn in die periode ook nog eens de nodige wedstrijden waarbij je flinke vangsten kunt boeken. Vanaf het Haringvliet trekken grote scholen brasem het kanaal op om te paaien. De vaste stok is hier dan een prima techniek om goed te vangen.

Hoe voorkom je op dit soort wateren dat je te veel lijnzwemmers krijgt van al die brasems die over je stek heen en weer zwemmen en niet altijd even bijtlustig zijn?

Ten eerste zorg ik dat ik altijd achter mijn voer kan vissen. Dat wil zeggen dat ik mijn voerplek op 11,50 meter maak zodat ik nog een deel kan verlengen. Nieuwsgierige vissen komen vaak van de zijkant aangezwommen en houden zich voornamelijk boven het voer op. Door achter je voer te vissen, voorkom je het grootste deel van de lijnzwemmers, terwijl de vissen wel je aas kunnen vinden. Een tweede truc is een aanpassing in mijn loodzetting. Ik plaats mijn bulklood zodanig dat dit 80 cm boven de bodem hangt. Tussen bulklood en de onderlijn die op de bodem rust, plaats ik slechts twee droppers. Doordat het bulklood hoog hangt, wordt deze niet zo snel uit positie geduwd door lijnzwemmers. Deze raken immers de lijn onder de bulk en dit deel van de lijn kan makkelijk meebewegen zonder dat de dobber telkens onder gaat. Hierdoor krijg je aanzienlijk minder valse aanbeten en voorkom je vals gehaakte vissen door onnodig aanslaan.

 

Dutch Masterclass 37

 

Cees van Dongen

Dutch Masterclass 37

 

Wat zijn, met het voorjaar in ­aantocht, de beste stekken om op barbeel te vissen?

Net zoals bij veel andere vissoorten gaat ook bij barbeel de stofwisseling op een laag pitje als de watertemperatuur winterse waarden aanneemt. Het instinct volgend, zoekt barbeel dan bij voorkeur plekken in de rivier op die zowel beschutting bieden als ook tot een minimaal energieverbruik leiden. Op rivieren als de IJssel of de Waal zijn dit bijvoorbeeld de slijtgaten rond de koppen van de kribben of anderszins ontstane kuilen en geulen in de rivierbodem. Dat zijn ook de typische stekken waar je de barbeel kunt vinden wanneer het vroege voorjaar zich aandient. Zeker als de watertemperatuur een stijgende tendens vertoont en richting de 9 of 10 graden Celsius kruipt, zijn er al goede kansen. Gedurende de milde winters van de afgelopen jaren konden we barbeel in alle maanden op deze plekken vangen. Natuurlijk niet in de aantallen zoals in de zomer, maar toch!

Welke aassoorten sluiten het beste aan bij het vroege voorjaar? Is dat wezenlijk anders dan bijvoorbeeld in de zomer?


In het prille voorjaar is de voedselbehoefte van barbeel duidelijk anders dan in de zomer en de herfst. De nog lage omgevingstemperatuur bepaalt in hoge mate de duur van de bijtperiode. Soms is die maar heel kort en geconcentreerd op de dag. Bij mij staan in die tijd maden en casters als haakaas helemaal bovenaan het lijstje. Na het schoonmaken en zeven lekker laten rondkruipen in kaaspoeder of kerrie, want barbeel houdt van hartig! Graag drie tot vijf maden op een haak no. 10 of 12, eventueel aangevuld met een (stukje) drijvende kunstmade in fluo-kleur. Een goede tweede is een keur aan ‘pastes’ oftewel zachte aassoorten die zijn gebaseerd op natuurlijke flavours en ingrediënten als vismeel, kruiden, kaaspoeder met een langzaam oplossend bindmiddel. Last but not least: brokken luncheon meat of Smack gevist aan de hair. En die brokken mogen best behoorlijk van afmeting zijn, denk aan 2 x 2 cm. Deze komen vooral tot hun recht wanneer het water troebel is.

 

Dutch Masterclass 37

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.