The Method; toen en nu…

26 augustus 2017 | John Hoogervorst

De visserij met de method feeder heeft John Hoogervorst in de loop der jaren al vele mooie vissen bezorgd. Deze techniek betekent voor hem een waardevolle aanvulling van zijn visserij op verschillende vissoorten. In deze bijdrage blikt John terug en vooruit.

 

Het was 1998, toen ik de vanuit Engeland bekende method feeder voor het eerst als zelfhaaksysteem toepaste. Zeelten moesten er gevangen worden en mijn vismaat David opperde voor een aanpak met de Method. Voor mij als karpervisser was het vissen met een zelfhaak systemen niet nieuw. De visserij met de Method wel. Kortom: ik moest maar eens gaan shoppen. Hiermee was ik echter al snel klaar, want de enige method feeder die in die tijd bij ons in de winkel te vinden was, bleek de inline method feeder van Richworth. Inline, omdat de lijn door een plastic buisje (‘tube’) wordt gevoerd wordt. Om dat buisje zat lood gemonteerd, met daaraan drie kunststof ‘vleugels’ bevestigd, waaromheen het voer diende te worden gekneed. Dit voer stelde ik samen door het aloude en vertrouwde Justus –welke 50plusser kent het niet!- te mengen met havermout. Zo ontstond een voer met een hoge kleefkracht, dat zich eenvoudig rond de vleugels van de Method liet kneden. Ik noemde het gekscherend wel de B-mix, waar de B stond voor beton!

 

 The Method toen en nu 2

 

Voedselnijd

Het voor onze beoogde zeeltsessie benodigde onderlijnmateriaal haalde ik uit mijn tackle box voor de karpervisserij, net als de haakjes die ik wilde gebruiken. Dit waren de ­Drennan boilie hooks in maatje no. 8. Dat betreft overigens een haaktype dat nog steeds op de markt is. We hielden onze onderlijn kort, tot maximaal 12 cm, en als aas gingen een mini boilie of pinda aan de hair. Dat haakaas werd vervolgens in z’n geheel verstopt in het taaie voer dat om de method feeder werd kneed. 

 

De toen geldende gedachte achter de method was als volgt: een vis stuit op de voerbal die om de method feeder heen gekneed is. Als de vis ervan wil eten, laat dat taaie voer moeilijk los. Een vis moet dus echt tegen de voerbal aan stoten om het los te krijgen. Dit is te zien aan tikken op de hengeltop en de waker. Omdat het voer zo moeilijk loslaat en de vis actief in de weer moet om het te kunnen oppikken, ontstaat er voedselnijd. Als het haakaas waarmee gevist wordt uiteindelijk plots uit de method feeder vrijkomt, dan zal de vis dit door de eerdergenoemde voedselnijd meteen zonder argwaan pakken. En dankzij de korte onderlijn zal de vis zichzelf haken op het gewicht van de feeder. Tot zover de theorie!…

 

Wil jij het complete artikel uit deze Witvis Totaal 92 graag als eerste lezen?
Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.