Geuren en kleuren | Blog Cees van Dongen

23 mei 2016 | Cees van Dongen

Mijn Engelse vismakkers maken me gekscherend uit voor ‘tackle tart’. En het is waar; ik geef het toe, volmondig. Ik ben verzot op mooie spulletjes. Hoe exotischer, hoe beter.

Tools of the trade.

 

Ik kan bij hengels eindeloos doorzaniken over testcurves, ogenverdeling, hefboomwerking en noem het maar op.  Niet alleen de hardware voor de visserij bekoort me, maar ook alles wat je aan tactieken kunt verzinnen om nou net die ene kapitale vis op de stek te brengen en tot aanbijten te verleiden. Hengels en molens zijn allemaal mooi, maar zonder de juiste voerstrategie en aaskeuze voor dat moment op de rivier van keuze - en geloof me: geen rivier is hetzelfde! - ben je volledig kansloos. En juist op dat gebied bewegen we ons in de barbeelvisserij op het continent nog helemaal in de eerste fase van de ‘learning curve‘. Wat doe je in zo’n geval? Kijken bij de buren natuurlijk. En welke buur komt daarvoor meer in aanmerking dan de gevestigde karpervisserij? Ik zou het niet weten....

 

Toch schuilt in die benadering ook een zeker risico. Is de voedselvoorkeur van een barbeel vergelijkbaar met die van een karper? Werken lokstoffen zowel voor de ene als de andere vissoort en hoe seizoensgebonden is dat dan? En ga zo maar door. Het is niet zo dat je even in de boekenkast kunt neuzen en daarin het naslagwerk met de antwoorden op al die vragen zult vinden. Dat is er gewoonweg niet. In de praktijk betekent dat dus simpelweg: fantasie gebruiken, concepten uit de karperwereld vertalen naar de barbeelsituatie, doordacht uitproberen en empirisch succes of falen vaststellen. Lijkt simpel, maar kost veel tijd en moeite en verlangt het nodige aan mentaal uithoudingsvermogen.

 

Geuren en kleuren 2

Voorjaar op een kleine rivier.

 

Gedurende de afgelopen seizoenen hebben we met name in de herst, winter en voorjaarsperiode uitvoerig geëxperimenteerd met visuele prikkels. De gedachte daarachter was en is dat barbeel - en trouwens ook andere soorten witvis - niet alleen reageert op smaak en geur, maar ook op kleur. Het haakaas bij uitstek is, in deze jaargetijden op de rivieren in mijn omgeving althans, de made al dan niet in combinatie met casters. Maden dus en dan bij voorkeur op ‘smaak‘ gebracht met kerriepoeder, knoflook of chili. Voeg je als kleuraccent op de haak een (snipper) kunstmade - liefst een drijvend en zacht exemplaar in het kleurenspectrum rood, oranje, geel -  toe, dan verhoogt dat in onze ogen de vangstkansen aanmerkelijk. Met name de fluo kunstmaden uit het Quantum Magic Trout gamma lijken daarbij nog het beste te werken.

 

Dit alles overigens toegepast in combinatie met maden en hennep in een gesloten voerkorf. Apropos: hennep - onontbeerlijk het hele jaar door. Je kunt er mijns inziens niet genoeg mee voeren. En nog aantrekkelijker is het als je die zaden dan ook nog eens bereidt met knoflook (alweer!) of andere smaakmakers naar eigen keuze. Barbeel houdt van een pittige maaltijd, net zoals karper overigens.

 

Geuren en kleuren 3

Hennep mag nooit ontbreken!

Geuren en kleuren 4

Fluokleurtjes zijn onweerstaanbaar.

 

De zomer, beginnend zo rond eind juni en ruwweg eindigend in oktober, laat normaalgesproken een ander beeld zien. Dit is periode waarin de barbeel in den beginne weer op krachten moet komen na de uitputtingsslag die paai heet. De voedselbehoefte bij de hogere watertemperatuur en een dientengevolge verhoogd metabolisme, alsmede het opbouwen van een reserve voor de winterperiode, leiden er toe dat aassoorten als pellets, kaas, boilies maar ook vleesproducten als luncheonmeat en de oerhollandse frikandel succesvol kunnen zijn. Met de nadruk op  ’kunnen‘ dan, want vrijwel iedere barbeelvisser zal getuigen dat er altijd weer de vele uitzonderingen zijn die de regel bevestigen. Zo werkt luncheonmeat, bij voorkeur nog extra opgepept met knoflookpoeder of iets dergelijks, op sommige rivieren vaak ook prima in de winter. Is de trigger daarbij misschien de uitgesproken sterke smaak en niet zozeer de rijkelijke hoeveelheid calorieen? Hetzelfde geldt overigens ook voor pellets.

 

Geuren en kleuren 5

Zomermenu.

 

Ook al is het onmogelijk aassoorten voor de zomer- en winterperiode precies af te bakenen, feit is dat, onafhankelijk van het jaargetijde, het bewerken van je aas en voer met kleur- en smaakstoffen door het jaar heen lijkt te werken. Je zou een bijna onuitputtelijke lijst van ‘tips & tricks‘ op dat gebied kunnen opstellen. Ik noem er zo maar enkele die bij mij persoonlijk in het standaardpakket zitten:

  • Gebruik je pellets of boilies als haakaas, soak die dan voor gebruik enige tijd in een bijbehorende booster en voeg bijvoorbeeld smaakmakers als knoflook (het wordt vervelend…), chilipoeder of kerrie toe.
  • Verhoog de visuele attractie van je boilie of pellet door een felgekleurde (geel, paars, oranje) baitstopper op de hair te gebruiken.
  • Schroom niet om je grondvoer op te peppen met een liberale scheut booster.
  • Combineer aassoorten naar hartelust en wissel vooral veel; het aasgedrag van barbeel kan van dag tot dag verschillen

Samenvattend: er is geen standaard succesrecept. Moed tonen en proberen, blijft dan ook het devies!

 

Geuren en kleuren 6

Pellets blijken steeds weer effectief!


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.